Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

no. 45. — Dat splitsing hier niet geoorloofd is, besliste ook voor een dergelijk geval (art. 738 Rv.) Rb. Amst. 18 Dec. 1839 R. B. 1840 p. 136 en 1842 p. 889, R.spr. 7 § 77. Vgl. Alg. Begins. XI no. 43 en 44. Zie ook de verdere aldaar vermelde jurisprudentie.

§ 5.

14. a. In algemeene termen werd splitsing der formeele vordering in haar materieele bestanddeelen voor de competentie ongeoorloofd geacht door Hof van Just. in Suriname 20 Juli 1877 W. 4205 (contra O. M.), op overweging dat er geen wetsbepaling is die dit toestaat; het betrof hier competentie alléén bepaald door het bedrag der vordering. In gelijken zin als dit arrest ook Ktg. Schiedam 9 Aug. 1864 W. 2615, op grond dat elke vordering moet beoordeeld zóóals ze bij dagvaarding is ingesteld. Vgl. ook Faure in R. Mag. 1894 p. 217 v. o.

De hier geciteerde argumenten tegen splitsing leiden m. i. tot de consequentie, niet enkel dat waar competentie, respektievelijk appellabiliteit, worden bepaald door de waarde der vordering, bij cumulatie altijd alleen het gezamenlijk bedrag maatstaf moet zijn, — doch ook dat waar worden gecumuleerd twee vorderingen, die ieder afzonderlijk ter competentie van den Kantonrechter staan, beide of één van beide echter onafhankelijk van haar bedrag, de vordering, als in haar geheel niet volgens eenige wetsbepaling bij den Kantonrechter behoorend, voor de Rechtbank zou moeten gebracht. (Vgl. hierbij ook no. 4 hiervóór.) De laatstbedoelde consequentie is echter niet de leer van den H. R., die bij arrest van 10 Maart 1898 W. 7095, R.spr. 178 § 39, v. d. Hon. B. R. 64 p. 83, P. v. J. 1898 no. 36, aannam dat de Kantonrechter competent is, waar tegelijk met een vordering krachtens art. 38 no. 1 R. O. te zijner competentie, is ingesteld een vordering bij een ander art. (hier art. 42 R. O.) tot die competentie gebracht. In dien zin ook Rb. Leeuw. 19 Jan. 1899 W. 7329, P. v. J. 1899 no. 17 (contra O. M.) bij cumulatie eener vordering vallende onder art. 38 no. 1 met eene bedoeld in art. 39 no. 3, terwijl een gezamenlijk bedrag van meer dan

Sluiten