Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% 4.

». Mag de rechter den eisch niet toewijzen, omdat de vordering niet-ontvankelijk is in engeren zin (tegenover ontzegging van den eisch, vgl. § 3), hetzij vooralsnog, hetzij absoluut (peremtoire exceptie), hetzij zooals ze is ingesteld (zie § 6), dan is dit geen reden voor incompetentie. Dit beginsel is gehuldigd in de volgende beslissingen:

ÏO. a. De exceptie van incompetentie is er niet een van niet-ontvankelijkheid van den eisch; ze strekt hiertoe dat de rechter zich onthoude van alle beoordeeling van den eisch, ook van zijn al dan niet ontvankelijkheid.

H. R. 12 Mei 1848 W. 916, R.spr. 31 § 20, v. d. Hon. B. R. 9 p. 404. —

Wordt echter een uitgesproken incompetentie in appèl vernietigd, dan sluit dit in: competentie van den aanvang af, met gevolg dat de in eersten aanleg mede uitgesproken ontvankelijkverklaring ook kan stand houden. »

H. R. 17 Jan. 1873 W. 3553, v. d. Hon. G. Z. 27 p. 23. -

Bovenstaande arresten betroffen burgerlijke zaken, voor strafzaken vgl. die van 10 Mei 1842 en 12 Mei 1857, vermeld hiervóór sub no. 2.

tl. b. Het beginsel, gehuldigd bij het sub no. 10 vermelde arr. H. R. van 1848 geldt niet alleen bij procedure op dagvaarding, maar ook voor een beschikking op request, zie H. R. 27 Nov. 1903 W. 7998, R.spr. 195 § 37, P. v. J. no. 302.

118. c. In overeenstemming met het sub no. 10 vermelde arrest van 1848 is de concl. O. M. vóór H. R. 17 Jan. 1890 W. 5829, R.spr. 154 § 8, v. d. Hon. B. R. 56 p. 16, P. v. J. 1890 no. 16, M. v. H. (N. V.) 2 p. 220: Onbevoegdheid van den rechter bestaat alleen dan, als hij geen beslissing hoegenaamd omtrent de al of niet toe wijsbaarheid der ingestelde vordering mag geven. — Daar dit laatste niet het geval is, waar.bij overeenkomst aan de beoordeeling des rechters slechts is onttrokken het constateeren of apprecieeren van een feit voor partijen van

Sluiten