Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alg. Begins. sub XVIII. In zulk een geval werd incompetentie van den rechter verworpen door Hof Leeuw. 20 Mei 1891 W. 6163, G. st. 2119, W. B. A. 2242.

§ 5.

23. Een verkeerde wijze van aanbrengen eener vordering kan deze wel niet-ontvankelijk, doch den overigens competenten rechter niet incompetent maken.

H. R. 14 April 1893 W. 6339, R.spr. 163 § 47, v. d. Hon. B. R. 59 p. 133, P. v. J. 1893 no. 43. Het gold hier procedure bij dagvaarding of request. Vgl. ook H. R. 1 Febr. 1895 W. 6624, enz., vermeld op art. 2 R. O. sub C § 2.

Zoo vernietigde Hof Utrecht 2 Sept. 1850 W. 1163 een vonnis der Rb. Utr. van 20 Juli 1850 W. 1155, R. B. 1850 p. 261, R.spr. 36 § 72 p. 314, omdat daarbij, op het motief dat het Wb. v. B. R. V. een andere wijs van procedeeren voorschreef dan hier was gevolgd, incompetentie was aangenomen in plaats van niet-ontvankelijkheid.

In gelijken geest het volgende arrest: De bewering dat de ingestelde vordering had moeten zijn gericht niet tegen den Ned. Staat, maar tegen de Indische Regeering, kan wel leiden tot niet-ontvankelijkheid dier vordering, niet tot incompetentie der rechterlijke macht in Nederland. Zoo H. R. 13 Okt. 1843 W. 440, R.spr. 16 § 45, v. d. Hon. B. R. 5 p. 21.

§ 6.

5ÏJ-. Mag de rechter niet geven een bepaald bevel door eisclier verlangd, dan is dit, waar overigens de rechter competent moet geacht, een reden wèl tot niet-ontvankelijkverklaring, niet tot incompetentie.' Vgl. no. 8 en 25—31. Zie Buys, De Grondwet II p. 315, naar aanleiding van het hierna sub no. 27 vermelde arr. H. R. 16 Maart 1877: „Verlangt men... van den rechter de toepassing van middelen waarover hij niet te beschikken heeft, dan blijft wel de bevoegdheid om kennis te nemen bestaan,

Sluiten