Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaard omdat zij niet zou mogen veroordeelen tot veranderingen in den ligger, waardoor zij zou treden op het gebied van het administratief gezag. Zie in den geest van het geciteerde arr. H. R. van 1877 ook Rb. Arnhem 10 Juli 1885 W. 5270, W. B. A. 1926, en in dien van het arr. Hof Arnhem van 1876: Rb. Breda 18 Febr. 1879 G. st. 1555, vernietigd door Hof's Hertog. 28 Juni 1880 G. st. 1556. — Bij het voorafgaande vgl. sub Alg. Begins. XI no. 30.

Eveneens is de leer van het arr. H. R. van 18 Maart 1853 toegepast door H. R. 24 April 1868 W. 3004, R.spr. 88 § 45, v. d. Hon. B. R. 32 p. 332, G. st, 873, W. B. A. 1015, casseerend Hof Limburg 16 Sept. 1867 W. 3001, G. st. 871, W. B. A. 991, bij welk laatste arrest de rechterlijke macht incompetent was geacht in een eigendomsaktie, omdat de toewijzing daarvan zou leiden tot iets wat volgens het Hof inbreuk zou maken op de attributen van het administratief gezag.

Mede in den geest van het gemelde arrest van 1853, Rb. Appingadam 30 Juni 1859 W. 2087, bevestigd door Hof Gron. 8 Mei 1860 W. 2373 p. 4 kol. 1, R. B. 1862 p. 60, nader te vermelden op art. 2 R. O.

3S. a. Daarentegen nam Hof Z.-Holl. 28 Okt. 1872 W. 3529, G. st. 1108 in een op eigendomsrecht steunende vordering incompetentie der rechterlijke macht aan, op grond dat deze niet mag voorschrijven aan het administratief gezag hoe dit zijn taak heeft uit te oefenen, noch diens verordeningen bij voorbaat buiten werking stellen. Dit arrest is gecasseerd door H. R. 17 Okt. 1873, vermeld hiervóór sub no. 7, welks motiveering, aldaar weergegeven, de hier geciteerde van het Hof eigenlijk niet treft.

Ygl. ook de door H. R. 13 Nov. 1846 W. 772, R.spr. 25 § 59, v. d. Hon. G. Z. 5 p. 155, R. B. 1847 p. 587 gecasseerde incompetentverklaring van Hof Utrecht 26 Febr. 1846 W. 695, R. B. 1846 p. 216, steunend op de overweging dat de geëischte amotie alleen door den strafrechter zou kunnen worden uitgesproken. — Zie ook Rb. 's Hertog. 6 Nov. 1844 W. 584, R. B. 1845 p. 556, R.spr. 26 § 97. Ygl. mede R. Mag. 6 (1887) p. 212—218.

Sluiten