Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. De competentie der rechterlijke macht moet beoordeeld naaide strekking der ingestelde vordering, afgescheiden van het latere in geval van bevoegdheid door haar in te stellen onderzoek of de vordering, als afhankelijk van regeeringsdaden, wel is ontvankelijk en gegrond. Zoo H. R. 29 Mei 1874 W. 3731, R,spr. 107 § 11, v. d. Hon. B. R. 39 p. 378, vernietigend Hof Curaqao 23 Febr. 1872 W. 3493, v. d. Hon. 1.1. p. 380. Het Hof had aangenomen incompetentie, der rechterlijke macht op grond dat de ingestelde vordering, hoewel op zich zelf staande te harer competentie, niet kon worden beslist zonder — volgens het Hof ongeoorloofde —- beslissing tevens over de rechtmatigheid eenei bestuursdaad. In dit geval kwalificeerde de H. R. de vordering als een eigendomsaktie, het Hof als een eisch tot schadeveigoeding — vgl. op art. 2 R. O. sub D no. 4 ; hierdoor biedt het arrest van het Hof wèl, dat van den H. R. geen analogie met de jurisprudentie hierna vermeld sub no. 44.

U5 i,_ De bewering van gedaagde, dat zijn aanranding van eischers eigendomsrecht was een administratieve handeling, waarvan de rechtmatigheid niet zou mogen beoordeeld door -de rechterlijke macht, zou slechts kunnen leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van den op eigendomsrecht steunenden eisch, niet tot onbevoegdheid des rechters. Zoo H. R. 27 Jan. 1870, v. d. Hon. B. R. 34 p. 258. (Dit arrest is mede vermeld hiervóór sub no. 14.)

»«. c. Zie ook H. R. 22 Maart 1861 W. 2259, R.spr. 67 §41, v. d. Hon. B. R. 25 p. 88, nader te vermelden op art. 2 R. O., welk arrest, op overweging dat hier een eigendomsvordering was ingesteld, casseerde Hof Friesland 27 Juni 1860 W. 2208 (j°.A\. 2185), waarbij de rechterlijke macht incompetent was geacht o. a. op grond dat de beoordeeling van bestuursdaden niet krachtens art. 2 R, O. zou kunnen worden gebracht tot haar kennisneming. — Vgl. verder H. R. 6 Juni 1879 W. 4386, R.spr. 122 S 21, v. d. Hon. B. R, 44 p. 245 in verband met de kritiek door Red. W. v. h. R. in haar aanteekening op dit arrest uitgeoefend. Zie ook het b\i dit arrest bevestigde van Hof Suriname 3 Mei 1878 W. 4283 (concl. O. M. in W. 4312).

Sluiten