Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mede ia gelijken zin als de hier geciteerde arresten: Rb. Maastr. 24 Dec. 1857 W. 194-5 (jo. 1976), op dit punt bevestigd door Hof Limburg 17 Okt. 1859 W. 2131.

3Ï. In anderen zin dan de voorafgaande arresten zijn, behalve de daarbij vernietigde beslissingen, nog de volgende gewezen:

a. In vorderingen steunend op eigendom of bezit, werd incompetentie der rechterlijke macht aangenomen op grond van vermeend niet mogen beoordeelen van bestuursdaden, door Rb. Maastr. 11 Jan. 1856 W. 1770, G. st. 254, en door Rb. Leiden 7 Aug. 1849 W. 1047. Zoo ook Pres. Rb. 'sGrav. 4 Sept. 1899 W. 7832, W. B. A. 2626, waarbij het gold een disqualificatoire exceptie. Ygl. ook de motiveering voor de incompetentverklaring van den Pres. in kort geding door Hof Amst. 30 Juni 1896 W. 6849, P. v. J. 1896 no. 66, G. st. 2349, W. B. A. 2467. Hier steunde de uitspraak echter óók op niet-toepasselijkheid van art. 289 Rv., zie in cass. H. R. 15 Jan. 1897 W. 6919, R.spr. 175 § 11, v. d. Hok. B. R. 63 p. 29, P. v. J. 1897 no. 22, W. B. A. 2494. Ygl. ook Pres. Rb. Utr. 9 Nov. 1901 W. 7695, W. B. A. 2747.

38. b. Evenals door het sub no. 37 geciteerde vonnis Pres. Rb. 's Grav. van 1899 werd in een vordering tot rekening en verantwoording, ditmaal van een zich noemend kerkbestuur tegen een ontslagen kerkmeester, incompetentie der rechterlijke macht aangenomen door Rb. Arnhem 15 of 17 Okt. 1842 R. B. 1843 p. 152, R.spr. 16 § 58, op grond dat zij de disqualificatoire exceptie niet zou mogen onderzoeken. Met dit vonnis vereenigt zich de Jonge, Admin. en Just. p. 42. Anders W. Tonckens in zijn sub no. 31 geciteerde diss. p. 132. — Zoo werd ook de rechterlijke macht incompetent geacht in een vordering tegen den Staat tot uitkeering van predikantstraktement, omdat de rechter geen onderzoek zou mogen doen naar het kerkelijk recht ter beslissing van de disqualificatoire exceptie, door Rb. Brussel 17 Dec. 1864 W. 2674 j° 2672 p. 4. Anders wat betreft genoemde exceptie in een vordering tot rekening en verantwoording, Hof Arnhem 15 Jan. 1902 W. 7725 en 7747: Bedoelde exceptie, hierop gegrond dat eischers onwettig door het openbaar gezag zouden zijn benoemd,

Sluiten