Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samengaande met de bewering dat de rechterlijke macht die onwettigheid niet mag beoordeelen, heeft geen invloed op de competentie. Gaat laatstbedoelde bewering op, dan volgt daaruit alleen dat de rechter eischers als bestuur moet erkennen. Zie voor de vraag inhoever de rechter bij meergemelde exceptie een zelfstandig onderzoek heeft in te stellen sub Alg. Begins. X^ .

»». c. Hof Leeuw. 23 Sept. 1891 W. 6086, G. st. 2093, W. B. A. 2214, P. v. J. 1891 no. 86 (vgl. concl. O. M. in W. 6060), nam incompetentie der rechterlijke macht aan in een condictio indebiti van tolgeld, omdat de praejudicieele vraag of de gemeenteverordening, als den doorvoer naar een andere gemeente belemmerend, onwettig was, volgens het Hof onttrokken was aan de beoordeeling van den rechter. In gelijken geest ook Ktg. Breda 14 April 1858 W. 1983, geciteerd hierna sub no. 55. Vgl. op

art. 2 R. O. sub D no. 8.

40. d. Utrecht 18 Maart 1896 W. 6807, vernietigd door Hot Amst 4 Maart 1898 W. 7166, P. v. J. 1898 no. 81, —nam aan incompetentie der rechterlijke macht in een verzet tegen een dwangbevel door Ged. St. uitgevaardigd op grond van art. 19 der wet van 12 Juli 1855 Stbl. 102 (zie nu art. 62 wet lONov. 1900 Stbl. 176), — waar zulk verzet steunde op de bewering dat niet bleek van het door gemeld art. vereischte gemis aan goederen waarop kon worden geëxecuteerd; dit op grond dat de rechter niet in een onderzoek naar deze bewering zou mogen treden, waaromtrent vgl. sub Alg. Begins. X"V II.

41. Het sub no. 32 geformuleerde beginsel schijnt ten grondslag te liggen aan de beslissing van Rb. Amst. 4 Dec. 1903 \\. 8059 dat, waar de rechter krachtens art. 767 Rv. competent is voor een eisch tot vanwaardeverklaring van een gelegd beslag, hij dezen moet ontzeggen bij incompetentie in de hoofdvordering. Intusschen in deze materie is het onderwerp der hoofdvordering voor die tot vanwaardeverklaring met louter praejudicieel, doch mede onderwerp van deze laatste, zoodat uit de opdracht van competentie voor den eisch tot vanwaardeverklaring zal moeten worden afgeleid de competentie voor de tegelijk

Sluiten