Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

incompetent acht wegens het niet ter zake dienen van feiten, van welker beoordeeling hij zich op dien grond onthoudt, evenmin schijnt zulk een incompetentverklaring gerechtvaardigd in het

speciale hier bedoelde geval.

4». b. In den geest der sub no. 48 geciteerde schrijvers zie ook H. R. 18 Maart 1858, vermeld hiervóór sub no. 18: Waar een contract het verleenen van autorisatie tot indijking afhankelijk maakt van een vooraf ingesteld administratief onderzoek, en daarmee de beslissing omtrent de icenschelijkheid dier indijking aan het administratief gezag voorbehield, kan eischers recht niet zijn geboren voordat de administratieve handelingen, in het contract voorzien, plaats hadden, en is dus, hoewel de rechterlijke macht competent is, de vordering tot het bekomen van autorisatie zonder dat bedoelde handelingen plaats hadden, niet ontvankelijk.

SO. c. Voorzoo ver de sub no. 44 geciteerde arresten van 1857 en 1875 van een andere opvatting mochten uitgaan, vgl. no. 47 hiervóór. — In op dit punt analoge gevallen is de vordering niet voor toewijzing vatbaar geoordeeld, en implicite de competentie der rechterlijke macht aangenomen door H. R. 4 April 1884 W. 5020, R.spr. 136 § 49, v. d. Hon. B. R. 49 p. 805; H. R. 13 Jan. 1893 W. 6331, R.spr. 163 § 6, v. d. Hon. B. R, 59 p. 14, P. v. J. 1893 no. 25; H. R. 23 Okt. 1874 W. 3775, R.spr. 108 § 11, v. d. Hon. B. R. 39 p. 520, G. st. 1206; H. R. 28 Juni 1872 W. 3478 p. 2, R.spr. 101 § 26, v. d. Hon. B. R. 37 p. 282 jo. H. R. 9 Juni 1871 W. 3337, R.spr. 98 § 18, v. d. Hon. B. R. 36 p. 91, R. B. 1872 p. 13, en H. R. 21 Juni 1872 W. 3478 p. 1, R.spr. 101 § 22, v. d. Hon. B. R. 37 p. 269 jo. H. R. 9 Juni 1871 W. 3340, R.spr. 98 § 17, v. d. Hon. B. R. 36 p. 79. - Vgl. ook Hof van Cass. in België 8 Nov. 1894 W. 6640 p. 4 jo. Rb. Leuven 28 April 1894 W. 1.1. p. 3 en Ktg. Leuven 7 Okt. 1893 W. 1.1. p. 3 (Belg. Jud. 53 no. 6), alsmede Hof Gent 16 Maart 1895 W. 6670. Vgl. ook nog Hof Arnhem 15 Jan. 1902, geciteerd hiervóór sub no. 38.

51. a. Incompetentie der rechterlijke macht in een vordering tot betaling van kerkelijke boete is aangenomen door Ktg. 's Grav.

Sluiten