Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zooeven geciteerde overweging op zich zelf juist was, dan is het nog de vraag of ze niet had moeten leiden, in plaats van tot incompetentverklaring, tot afwijzing der vordering. Immers dat de rechter de beslissing van het bestuur zou moeten eerbiedigen, wil niet zeggen dat hij onbevoegd is om over het al dan metverschuldigd zijn der boete uitspraak te doen, doch dat hij het verschuldigd zijn moet aannemen op grond der beslissing van het bestuur. Vgl. ook no. 15 hiervóór.

§ 11

55, a. In zake direkte belastingen doet zich, naar aanleiding van art. 15 wet 22 Mei 1845 Stbl. 22, de vraag voor of nietontvankelijk moet worden verklaard, dan wel de rechter incompetent is in een op de bij dat artikel verboden gronden steunend verzet tegen een dwangbevel, Dezelfde vraag rijst voor de condictio indebiti, voorzoover ook op deze genoemd art. 15 toepasselijk wordt geacht door de jurisprudentie (vgl. behalve de hier sub no. 56 en 57 opgenomen beslissingen, nader op art. 2 R. O. en aldaar ook die, welke uitgaan van de opvatting dat art. 15 met toepasselijk is). Dit, zoo niet reeds uit anderen hoofde incompetentie der rechterlijke macht in de hier bedoelde condictio indebiti woidt

aangenomen (vgl. mede op art. 2 R. O.).

Terwijl de redaktie van het genoemde art. 15 in de eerste plaats doet denken aan niet-ontvankelijkheid (zie Hazelhougeciteerd sub no. 59), kan ook worden beweerd dat de competentie der Rechtbank krachtens dit artikel slechts bestaat, voorzoover is voldaan aan de daarbij gestelde vereischten. Deze maken dan, bij die opvatting, de competentie afhankelijk van een fundamentum petendi, n.1. voorzoover art. 15 lid 2 dit aangeeft. (A gl. hieibij op art. 2 R. O. sub D no. 2). Mocht de bovenbedoelde bewering omtrent de strekking van art. 15 der wet van 1845, als meebrengend incompetentie, al opgaan, indien men hier de competentie der Rechtbank gegrond acht enkel op dit art. 15, het is twijfelachtig of ze óók kan gelden, als men meent dat die competentie

Sluiten