Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter berechting dier bezwaren, vgl. op art. 1 R> O. sub E no. 3. Wel kan noch het verzet tegen een dwangbevel, noch de condictio indebiti (evenmin als een verzoek tot ontheffing: vgl. K. B. 30 Okt. 1881 Stbl. 173), op zich zelf worden genoemd een bezwaar tegen den aanslag, ook dan niet, waar het op zulk een bezwaar berust. Maar voorzoover beider onderwerp is ontkenning deiverplichting tot betaling, en voorzoover ook bezwaren tegen den aanslag mogen opgevat als betwisting dier verplichting fwaaiomtrent vgl. nader op art. 2 R. O. en op art. 1 het slot van E no. 3)j — kan men, als een der genoemde vorderingen op zulk een bezwaar berust, dezelfde redeneering bezigen als het arr. H. R. van 18 Dec. 1857, hiervóór sub no. 44 vermeid, gesteld n.1. dat die redeneering zelf juist wordt geoordeeld: zie no. 46, vgl. ook Alg. Begins. sub X no. 2 jo. no. 1 a. h. e. De gedachte dat. waar de onafscheidelijke grondslag eener vordering aan 's rechters oordeel is onttrokken, hij ook incompetent moet zijn voor de geheele vordering, kan dan ook geacht worden ten giondslag te liggen aan de hier sub no. 56—60 vermelde beslissingen, waarbij incompetentie der rechterlijke macht wordt aangenomen op motief dat haar is onttrokken het oordeel over bezwaren tegen den aanslag, gericht op ontkenning der verplichting tot betaling, respektievelijk het oordeel over een vaststelling van het slot eener rekening door de Rekenkamer (no. 60).

De vraag heeft zich voorgedaan of de opdracht der beslissing over bezwaren tegen een belastingaanslag aan een andei dan d< rechterlijke macht, insluit dat deze in het geheel niet over dien aanslag zou mogen oordeelen, met gevolg dat zij incompetent zou zijn in een vordering tot betaling der belasting. In dien zin concl. O. M. vóór H. R. 28 Januari 1886 W. 5266, R.spr. 142 § 12, v. d. Hon. B. R. 52 p. 18 en Bel. 12 p. 143, G. st. 1809, W. B. A. 1929. Anders echter het arrest zelf, alsmede Ktg. Heusden 3 of 4 April 1874 W. 3715, G. st. 1180, W. B. A. 1299^beide de competentie der rechterlijke macht aannemend; Ktg. Heusden echter haar niet bevoegd achtend te oordeelen over den aanslag, met gevolg dat de vordering niet mocht worden

Sluiten