Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog omtrent de strekking van de voorschriften der wet op de Rekenkamer, de beslissingen in de procedure voor Rb. s Grav. 12 Mei 1848 W. 914, R.spr. 38 § 73 p. 376, en Hof Z.-Holl. 14 Maart 1849 W. 1021 jo. Rb. 's Grav. 2 Nov. 1849 W. 1085, R.spr. 1.1. p. 384, met Hof Z.-Holl. 5 Maart 1851 W. 1221, R.spr. 1.1. p. 394; zie deze beslissingen nader op art. 2 R. O.

©t. ö. Over incompetentie of niet-ontvankelijkheid in een verzet

tegen een dwangbevel krachtens de wet van 1855 Stbl. 102, nu de wet van 18 Nov. 1900 Stbl. 176, zie hiervóór sub no. 40 i. f.: Rb. Utrecht 18 Maart 1896.

§ 13-

63. Bij de behandeling door de Staten-Generaal der wet op de Vermogensbelasting van 27 Sept. 1892 Stbl. 223, rees de vraag of na de beslissing der Kroon krachtens art. 38 dier wet, op grond van art. 42 nog een nadere beslissing van de rechterlijke macht kan uitgelokt, ais beweerd wordt dat het geval van art. 25 aanwezig is. Ygl. J. P. Sprenger van Eyk, De wet op de Y^rmogensbelasting (1893) no. 109, p. 136—139; A. E. Bertling, Wet Vermogensbelasting no. 79 en 93; J. J. Rochussen, Rechtspraak in geschillen tusschen belastingschuldigen en de administratie, enz. diss. Leiden 1895, p. 86—88, Léon—v. Walsem, Wet Vermogensbelasting op art. 38 no. 444—446. Door te onderscheiden tusschen incompetentie en niet-ontvankelijkheid kan de bedoelde kwestie m. i. gemakkelijk worden opgelost. Al is de rechterlijke macht competent krachtens art. 42 der wet van 1892, is de vordering niet-ontvankelijk, zoolang geen ontheffing is verleend door het administratief gezag; daar het recht bp ontheffing krachtens art. 25 niet vanzelf die ontheffing meebrengt, en zonder deze de schuld blijft bestaan. Vgl. hiervóór no. 5 en 9. In het onderstelde geval is de grondslag der vordering, n.1. het beweerde recht op ontheffing, niet mede haar onderwerp, en dus, naar het schijnt, niet een van de vordering onafscheidelijke grondslag in den zin der arresten van 1857 en 1875, vermeld hiervóór sub no. 44, doch een zuiver praejudicieel geschilpunt.

Sluiten