Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI. Accessoire vorderingen. —• Competentie en appellabiliteit.

§ 1

t. A. Wat verstaat men onder een accessoire (bijkomstige) vordering? — Hierover zie Wach, Handb. des deutschen Civ. Proz. Rechts I p. 383—384 met nt. 48 aldaar. Vgl. ook 1.1. p. 381 sub no. 4 en nt. 40.

De term vertegenwoordigt, blijkens de hierna volgende nummers, in de praktijk niet altijd een vast omlijnd begrip; vgl. ook v. Bon. Faure in R. Mag. 13 (1894) p. 265.

Vaak worden de woorden accessoir en sequeel als synoniem gebezigd, zie b.v. Hof Amst. 4 of 5 Mei 1876 W. 4036, P. v. J. 1876 Bijbl. no. 31, R. B. 1877 A p. 29.

9. B. Bij een verzet tegen een dwangbevel wegens polderlasten, met vordering lo. tot verklaring dat de pretense leden van het geopposeerde polderbestuur de door hen aangenomen kwaliteit misten, als onwettig benoemd, en 2°. tot vanwaardeverklaring van het verzet en nietigverklaring van het dwangbevel, op denzelfden grond, — werd eerstbedoelde eisch als hoofd vordering, en de tweede als accessoir beschouwd door Rb. 's Hertog. 20 Sept. 1848 W. 959. Intusschen, mocht al opposant als eischer kunnen worden aangemerkt — een punt, waarover de meeningen verdeeld zijn —, dan nog is het de vraag of er hier was een accessoire eisch, dan wel twee zelfstandige vorderingen, waarvan dan de eerste praejudicieel was voor de tweede. Is de opposant als gedaagde te beschouwen, dan was hetgeen hier sub lo. werd verlangd, een vordering in reconventie.

3. C. Rb. Appingadam 24 April 1845. R. B. 1846 p. 775 (vernietigd door Hof Gron. 10 Maart 1846, R.spr. 29 § 89, R. B. 1846 p. 778) achtte een vordering van het eene armbestuur tegen het andere o. a. tot vergoeding van gemaakte verplegingskosten, een accessoir van de administratieve beslissing over het domicilie van den betrokken persoon, en daarom de rechterlijke macht incompetent. — Hier was echter geen sprake van een

Sluiten