Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegelijk ingestelde hoofd- en bij vordering, terwijl bovendien de vraag kan gesteld of de beslissing over het domicilie, al was ze praejudicieel voor die over den ingestelden eisch, betrof een eigen rechtsbetrekking, mogelijk onderwerp eener hoofd vordering, waaraan de andere ondergeschikt, accessoir, kon zijn. Ygl. over het karakter der beslissing over het domicilie een aan genoemd vonnis tegengestelde opvatting bij J. v. G. Vitringa in R. Mag. 22 (1903) p. 548—549.

4. D. Rb. Sneek 6 Jan. 1841 R. B. 1845 p. 668 beschouwde een gevraagde uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang als een accessoiren eisch bij de hoofdvordering. Hier is er echter geen vordering met een eigen rechtsbetrekking tot onderwerp; lijfsdwang is slechts een middel tot executie der veroordeeling op de ingestelde vordering. Ygl. het slot van het arrest Hof Gelderland 27 April 1842 R. B. 1842 p. 564; v. d. Kemp, Ontwikkeling. . . Kantongerechten, 3e ed. (Greeve) p. 351, 4e ed. (v. d. Does de Willebois) p. 480; Oudeman, B. R. V. 4e ed. 3 p. 151—152.

5. E. Rb. Utrecht 20 Sept. 1861 R. B. 1862 p. 345 achtte, waar was ingesteld 1°. een vordering tegen den eersten gedaagde (geen legataris) tot verdeeling van zeker legaat op grond van een testamentaire bepaling, en 2». een vordering tegen den erfgenaam als tweeden gedaagde om de afgifte van het legaat te gedoogen, den eersten éisch een accessoir van een principalen tegen den erfgenaam krachtens art. 1006 B. W., welke laatste vordering echter in het geheel niet was ingesteld.

Rb. Leeuw. 24 Okt. 1854 W. 1597 nam (contra O. M.) aan dat, waar was ingesteld lo. een vordering tegen een bepaald persoon tot verklaring dat niet deze, maar eischer, was gerechtigd tot de inkomsten van zeker leen, en 2o. de eisch tegen bestuurders van dat leen om de uitkeeringen te doen aan eischer, — deze laatste vordering was van accessoiren aard. — In gelijken geest implicite Rb. Amst. 10 Okt. 1852 R. B. 1853 p. 25 voor de — bij een tegen A gerichten eisch tot nietigverklaring van een exploit, houdende intrekking eener prokuratie op eischer — gevoegde vordering tegen B, om de prokuratie als nog van kracht

Sluiten