Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwen als de in het ongelijk gestelde partij. JNu is art. oo Rv. wel geen competentiebepaling, maar het neemt toch blijkbaar als regel aan, dat de beslissing over de kosten wordt gegeven door den rechter, die in het ongelijk stelde. Ln al verklaart deze zich incompetent voor de aanhangige vordering (in welk geval art 56 lid 2 niet toepasselijk is), — zijn competentie voor de beslissing over eigen competentie brengt als gevolg mede die vooi de tot dusver gevallen kosten, als accessoir, niet in de eerste plaats van den materieelen eisch, maar van het formeele gevoerde proces, vgl. hiervóór no. 19.

Het hier gezegde geldt ook dan, waar de incompetentie niet van den aanvang af bestond, doch eerst ontstaat, in den loop van het proces, door betwisting van den rechtstitel bij den Kantonrechter. Voor dit geval besliste echter in anderen zin Ktg. Winschoten 8 Jan. 1856 W. 1749. Dit vonnis nam aan incompetentie ook voor de kostenvordering, behalve voor de kosten voorbehouden bij vroeger incidenteel vonnis tusschen partijen te dier zake. Dit laatste, omdat waar, gelijk hier, de incompetentie eerst ten gevolge van betwisting van den rechtstitel ontstond, de nu competent geworden rechter voor de hoofdzaak, dit toch niet zou kunnen zijn voor die kosten, waaromtrent de Kantonrechter bij vroeger incidenteel vonnis zichzelf de uitspraak had voorbehouden. Intusschen kan men vragen of in het stelsel van dit vonnis zulk voorbehoud nog effekt kon hebben bij de later uitgesproken incompetentverklaring. — Een geheel gelijk geval als bij het aangehaalde vonnis berecht, zou nu nog alleen dan kunnen voorkomen, zoo men met W. v. Rossem Bzn., Het Ned. Wb. v. B. R. V. p. 224 no. 4 op art. 141, meent dat art. 141 lid 2 Rv. niet krachtens art. 125 ook toepasselijk is bij de Kantongerechtsprocedure. Zie echter tegen die meening Faure, Proc.recht III, 3e ed. p. 150-152, en Hartogh en Cosman, De wet van 7 Juli 1896 Stbl. 103 p. 62 no. 6. Volgt men de laatstbedoelde zienswijs, dan zou toch nog bij uitzondering een soortgelijk geval als het hier besprokene zich kunnen voordoen, zie art. 68 lid 1 en 2 Rv. (het geldt hier immers een incompetentie

Sluiten