Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoegd bij die tot ontbinding eener wederkeerige overeenkomst, als een accessoir dezer laatste (vgl. hiervóór no. 8), dan is de, op art. 42 R. O. op te nemen, jurisprudentie, welke zulk een eisch tot onbepaald bedrag ingesteld bij een vordering, als in art. 42 R. O. bedoeld, niet acht ter competentie van den Kantonrechter, — in strijd met de opvatting dat competentie vooi de hoofdvordering meebrengt die voor de accessoire.

38. h. De leer dat de competentie voor de hoofdzaak meebrengt die voor de accessoire, leidt in de litteratuur over de Administratieve Rechtspraak tot de als vanzelf sprekend aangenomen gevolgtrekking dat, al wordt deze rechtspraak niet gebracht bij de gewone rechterlijke macht, de administratieve rechter, competent voor zekere klacht, het tevens zijn zal voor een accessoiren eisch tot schadevergoeding, al is die op zich zelf van civielrechtelijken aard. Zie b.v. H. Vos, Admin. Rechtspr. II (1902) p. 218—214 io p. 219, gelijkluidend aan zijn hoofdartikelen in W. B. A. 2749 en 2751. L.l. p. 213-214 (= W. B. A. 2749) schijnt te worden ondersteld dat, al is bedoelde eisch privaatrechtelijk qua hoofdvordering, dit anders is, waar bij als accessoir is gevoegd bij de administratieve klacht; doch op pag. 219 (W. B. A. 2751) wordt gesproken van voeging der civiele aktie bij de administratieve. Of art. 158 Grw. dit toelaat wordt t. a. p. niet onderzocht,

i. Eenigszins analoog aan het zooeven besproken geval zou zijn dat van de civiele vordering der beleedigde partij in het strafgeding, als deze werkelijk accessoir mocht heeten. Zij blijft privaatrechtelijk, en de competentie van den strafrechter ten deze berust enkel op speciale wettelijke regeling. In dien zm vg . A. de Pinto in Themis 1864 p. 417-418 tegen A. P. Th. Eyshell, De regtsmagt over vreemdelingen in Nederland (1864) p. 42 : . Eyssell acht, op grond dat de vordering der beleedigde partij een accessoir zou zijn in het strafgeding, den Nederlandschen strafrechter voor die vordering ook dan competent, als hij, ware ze zelfstandig ingesteld, incompetent zou zijn; n.1. als het geldt een geschil tusschen vreemdelingen, hier niet woonachtig (noc verblijvend). Vgl. hierbij het sub no. 34 hiervóór geciteerde arrest

Sluiten