Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldenaar, — mocht dit laatste niet tijdig zijn geschied, de van-waardeverklaring hebben af te wijzen. Is op die manier echter de procedure in het buitenland iets meer dan een zinledige, dure en hinderlijke formaliteit?

d. Gelijk hiervóór in no. 45 sub b is aangeduid, kan uit art. 770 lid 2 Rv. worden afgeleid dat artt. 764 en 767 ook toepasselijk zijn bij derden-beslag, mits het betreft goederen den debiteur toebehoorende, en niet gelden hem verschuldigd. Wie zal dan echter competent zijn, waar bedoeld beslag zoowel het een als het ander omvat, terwijl voldaan is zoowel aan artt. 735 vlgg. als aan artt. 764 vlgg.? Dit is n.1. mogelijk bij verlof tot het beslag door den President der Rechtb. van de woonplaats des derden, zoo deze tegelijk is de plaats waar het goed zich bevindt. — Kan art. 126 toegepast worden, dan is er m. i. geen reden hier niet den weg in te slaan door artt. 735 vlgg. in verband met art. 126 aangewezen (zie het hiervóór in dit no. 48 sub c daaromtrent gezegde). Wel bevatten artt. 764 vlgg. een speciale regeling, doch ten gunste van den schuldeischer, die daarom de gewone bepalingen over het derden-arrest kan blijven volgen. Wenscht hij echter gebruik te maken van artt. 764 vlgg. wat vooral van belang kan zijn als geen der in art. 126 aangewezen rechters competent is, dan zal m. i. de Rechtb. van art. 767 voor den eisch tot van-waardeverklaring toch slechts competent zijn voor zoover het beslag betreft goederen van den debiteur (arg. art. 764), en dus voor zoover het mede omvat gelden aan den debiteur verschuldigd, zich incompetent hebben te verklaren. Mocht het geval zich voordoen dat de van-waardeverklaring is gevraagd volgens art. 767, terwijl ze ook op grond van artt. 735 vlgg. in verband met art. 126 had kunnen zijn gevraagd aan den door dit laatste art. (b.v. lid 2, 3, 5 of 7) aangewezen rechter, — dan is deze laatste competent voor zoover het beslag betreft gelden den debiteur verschuldigd, maar dan kan bij hem krachtens art. 158 Rv., dat hier toepasselijk zal zijn, omdat art. 126 niet derogeert aan art. 767 (vgl. hierna n<\ 54 a. h. e.), eischer wegens verknochtheid verwijzing vragen

Sluiten