Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar den rechter van art. 767, ook voor de bedoelde gelden. Daarom zou het misschien zijn aan te bevelen dat de omslag dezer verwijzing overbodig werd gemaakt, en de rechter van art. 767 dadelijk de geheele vordering aan zich zou kunnen houden, gelijk in bet algemeen toepassing van het beginsel van art. 158 Rv. ruimer dan dit art. nu toelaat, m. i. overweging zou verdienen (vgl. hierna no. 58 jo. no. 54).

Herziening der wettelijke bepalingen voor de conservatoire beslagen schijnt in elk geval wenschelijk. Ten opzichte van die beslagen in het algemeen vgl. nog A. P. Th. Eyssell, De regtsmagt over vreemdelingen in Nederland (1864) p. 47 (aldaar sub no. 39), en p. 49—50 jo. 51 (aldaar sub no. 43).

Bij dit no. 48 vgl. ook het hier volgend no. 49.

4» e. Het in no. 47 i. f. hiervóór vermelde arrest Hoogger.hof 'sGrav. van 1817 besliste nog dat, woont de debiteur niet in Nederland, het derden-beslag nietig is. Dit kan moeielijk zoo algemeen worden aangenomen (vgl. het hiervóór in no. 48 opgemerkte, en ook no. 45 sub b). Echter ligt aan bedoelde beslissing ten grondslag het beginsel dat, waar de eisch tot van-waardeverklaring niet is ingesteld met inachtneming, thans van art. 738 Rv., waar dit toepasselijk is, en dan ook in het geval de vordering is gebracht voor een Nederlandschen rechter, waar geen wetsbepaling dezen competent maakt, — het beslag vanzelf nietig is en dus niet behoeft te worden opgeheven. In dien zin uitdrukkelijk Rb. Amst. 21 Febr. 1866, geciteerd hiervóór sub no. 47. Vgl. ook Rh. Arnhem 30 April 1881 W. 4659, R. B. 1882 A p. 239: de vordering tot van-waardeverklaring voor een incompetenten rechter geldt als niet ingesteld, zoodat ondanks die vordering, na den wettelijken termijn het gelegd beslag nietig is. — Omtrent deze kwestie, n.1. of bij incompetentie' van den Nederlandschen rechter voor den eisch tot van-waardeverklaring hij ook incompetent is voor een reconventioneele vordering tot opheffing (respektievelijk van-onwaardeverklaring), dan wel of hij dan toch gerechtigd is het beslag op te heffen (vgl. ook Alg. Begins. YII no. 1). — is de jurisprudentie verdeeld. Incompetentie

Sluiten