Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechterlijke macht (vgl. hiervóór no. 38 sub h).. Verder komt men door die spreuk tot het toekennen van rechtsmacht, die niet steunt op eenige wettelijke bepaling, — en leidt zij niet ook vaak tot veronachtzaming van art. 156 lid 1 Grw.?

56. C. Laat men het in het vorig no. 55 genoemde adagium er buiten, dan meen ik het volgende te mogen stellen:

a. "Waar competentie en appellabiliteit afhangen van de ingestelde vordering, volgt hieruit dat (geoorloofde wijziging van den eisch nu daargelaten) de vordering ook moet worden beschouwd zooals ze is ingesteld, zoodat de principale en accessoire vordering beide in aanmerking komen, en niet de accessoire afzonderlijk, daar deze immers niet afzonderlijk (zelfstandig) is ingesteld, doch als ondergeschikt aan de hoofdvordering. Evenmin echter mag de accessoire eisch worden genegeerd. Voor zoover splitsing hier zou leiden tot hét behandelen van den accessoiren eisch als hoofdvordering, is dit ongeoorloofd.

b. Dus kan bij incompetentie voor de hoofdvordering, de rechter in het algemeen niet toch competent zijn voor de accessoire, al zou hij dit wezen, zoo zij als zelfstandige eisch ware ingesteld. Bevat echter de wet een bepaling, die door de regeling der competentie voor den accessoiren eisch meebrengt dat dezelfde rechter ook competent is voor de hoofdvordering (vgl. hiervóór sub nos. 43—45), dan prevaleert die speciale regeling boven vorenstaande gevolgtrekking.

c. Overigens is competentie voor de hoofdvordering m. i. op zich zelf niet voldoende om den rechter competent te maken voor een accessoiren eisch, die als zelfstandige vordering niet tot zijn competentie zou behooren, b.v. als hetzij de rechterlijke macht, hetzij eenig administratief rechter wèl competent is voor de hoofdzaak, doch niet voor de accessoire vordering. Moge ook de heerschende leer een tegengestelde opvatting hieromtrent huldigen, goede argumenten daarvoor zijn mij althans niet bekend. — Anders echter is het geval, waar de accessoire eisch als zoodanig den aard deelt der hoofdvordering (hetgeen moet worden aangenomen als de rechtsbetrekking, die haar onderwerp

Sluiten