Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p. 77—78 (vgl. ook M. Eyssell in Themis 1846 p. 54), wordt het gemis van verbindende kracht van het interlocutoir bij de einduitspraak in verband gebracht met de controverse, of in het algemeen gezag van gewijsde toekomt aan de motieven van een vonnis (bedoeld zal wel zijn: aan praejudicieele beslissingen, vgl. Alg. Begins. XIV in no. 7 sub a). Men zou kunnen vragen, of de twee kwesties wel noodzakelijk met elkaar in verband staan, inzoover men toch tegelijk kan meenen dat de praejudicieele beslissingen in het eindvonnis gezag van gewijsde zouden hebben, en tevens dat dit gezag niet toekomt aan de beslissingen in een interlocutoir, voorzoover niet bevattend een eindbeslissing in materieelen zin, een jugement définitif (zie hieronder sub f). Uit dit laatste volgt dan vanzelf dat de gronden, waarop het interlocutoir berust, evenmin gezag van gewijsde hebben, en dan ook den rechter niet binden bij zijn einduitspraak. Maar allicht zal het hier juist zulke gronden gelden, die wèl een definitieve beslissing omtrent een rechtsverhouding behelzen.

De redaktie van het thans voorgestelde art. 1958 B. W. naar het Reg.-Ontw. tot wijziging van boek IV B. W., schijnt te moeten leiden tot de opvatting dat, wordt dit art. onveranderd wet, — als het eindvonnis berust op een praejudicieele beslissing omtrent in het geding gestelde feiten of daaruit af te leiden rechtsgevolgen, voorkomend in een interlocutoir (of welk incidenteel vonnis ook), deze praejudicieele beslissing mede gezag van gewijsde heeft.

f. Daar de beslissing omtrent de administratie van het proces gepaard kan gaan met een eindbeslissing over zekere (materieele of formeele) rechtsverhouding tusschen partijen, kan het gebeuren dat een formeel interlocutoir vonnis deels wèl, deels niet een uitspraak behelst over zulk een rechtsverhouding, — en voorzoover wèl, ten opzichte dier rechtsbetrekking is een eindvonnis in materieelen zin i) (jugement définitif), met gezag van gewijsde.

!) Eindvonnis in formeelen zin is slechts die beslissing, welke een eind maakt aan het proces in deze instantie, zij het ook niet steeds ten volle (vgl. Alg. Begins. XII).

Léon: tiechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1. 9

(Mr. L. van Pbaag, Recht. Org.)

Sluiten