Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het recht van partij tot een bepaalde soort van bewijslevering, vgl. H R. 22 Okt. 1886 W. 5844, R.spr. 144 § 13, v. d. Hon. B. R. 52 p. 294, casseerend Hof 's Hertog. 7 Dec. 1885 R. B. en B. IV A p. Hl.

Ook de beslissing over de rechterlijke competentie, uitdrukkelijk gegeven, is een uitspraak over een (publiekrechtelijke) rechtsverhouding, vgl. Alg. Begins. VI no. 11, zoodat, komt zij voop in een interlocutoir vonnis, dit niet belet dat zulk vonnis te dien aanzien moet worden beschouwd als een eindvonnis in materieelen zin met gezag van gewijsde. Met het oog hierop moet het aan het slot van Alg. Begins. VI no. 5 gezegde worden beperkt tot de opmerking dat het daar gold een stilzwijgende beslissing over de competentie. — Vgl. hierbij ook H. R. 16 Dec. 1842 W. 356, R.spr. 13 § 87, v. d. Hon. B. R. 4 p. 102.

Bij het voorafgaande vgl. ook H. R. 17 Okt. 1895 W. 6722, R.spr. 171 § 4, v. d. Hon. B R. 61 p. 230, P. v. J. 1895 no. 89, M. v. H. 8 p. 53, betreffende de homologatie van een akkoord in faillissement, m. i. een daad van voluntaire jurisdiktie, ook onder de oude faillissements-wotgeving, die in deze toepasselijk was. De weigering der homologatie was hier voorafgegaan door een interlocutoir, onderzoek van deskundigen bevelend op één punt, en tevens op twee andere punten (de wettigheid der stemming over het akkoord en het gewaarborgd zijn der nakoming) de redenen van verzet tegen de homologatie ongegrond verklarend. Hierin zag de H. R., met den Proc.-Gen. en het arrest a quo, — eindbeslissingen, onaantastbaar geworden voor eischer in cassatie, nu deze tegen het interlocutoir niet incidenteel had geappelleerd. M. i. is het de vraag of hier inderdaad definitieve beslissingen, rechter en partijen bindend, aanwezig waren. Zij betroffen geen rechtsverhoudingen van partijen, zoodat de rechter, delibereerend over de homologatie op die punten geen bindende beslissing gaf (vgl. Alg. Begins. II no. 2). Dus konden de hier bedoelde beslissingen den rechter ook niet binden bij het geven van die over de homologatie zelf. Is dit zoo, waarom kon dan belanghebbende ook zonder appèl, den rechter niet wijzen op diens vrijheid van

Sluiten