Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaar van vertraging in het proces daartegen niet opweegt.

5. Lang niet alle incidenten betreffen incidenteele vorderingen, vgl. Faube III, geciteerd hiervóór sub no. 1. Zie dezen schrijver 1.1. 3e ed. p. 4 over de beperkte beteekenis van laatstbedoelden term in artt. 247—249 Rv. Art. 247 li(J 2 noèmt ze „tusschengeschillen". "Vgl. ook artt. 355 en 356 (waaromtrent zie Faube 1.1. V, le ed. p. 133—134), 513 lid 3, 633 lid 1 Rv., alsmede artt. 183 lid 3 en 185 lid 3 Rv. naar het thans aanhangig Ontw. wijziging van boek IV B. W. en van 't Wetb. v. B. R. V.: „tusschengeding". — Zie verder over incidenten en incidenteele vorderingen W. v. Rossem Bzn., geciteerd in no. 4 sub f hiervóór, p. 282 no. 1 op art. 247 Rv., en Gabsonnet, geciteerd hiervóór sub no. 3, I § 371 p. 638—639 jo. II § 728 p. 530. — De uitdrukking „incidenteele vordering" wordt gebezigd niet enkel waar een partij iets verlangt van de tegenpartij, maar ook waar dit geschiedt van den rechter. Vgl. b.v. art. 754 lid 2 Rv., alsmede artt. 218 D lid 1 en 881 lid 1 Rv. naar het zooeven aangehaalde wetsontwerp. In zulke gevallen is er echter geen (incidenteele) vordering in materieelen zin; vgl. Faube, Proc.-recht I, 3e ed. p. 234—235. Daarom zou men hier kunnen spreken van een oneigenlijke incidenteele vordering in tegenstelling met de eigenlijke, waaraan een materieel vorderingsrecht ten grondslag ligt.

Incidenteele vorderingen in den eigenlijken zin van het woord behoeven niet altijd te leiden tot een tusschengeschil, tot een proces, dat zich geheel afspeelt in een ander proces, al is het instellen dezer incidenteele vordering altijd een incident in een ander geding. Die incidenteele vordering zelf kan een afzonderlijke procedure meebrengen, welke niet leidt tot een incidenteel vonnis, maar tot een eindvonnis in formeelen zin („jugement sur le fonds du procés, qu'on appelle improprement déflnitif": Gabsonnet 1.1. III p. 396). Zoo is wèl het verzoek tot oproeping in vrijwaring een incident, waarop een incidenteel vonnis kan volgen, maar geen eigenlijke incidenteele vordering, vgl. Faube 1.1. III, 3e ed. p. 77—78, en Léon—v. Rossem Suppl. II no. 50 op art 46 Rv.

Sluiten