Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teelé vonnissen over 's rechters competentie, — bij gemis hier eener bepaling als art. 333 Rv. — door H. R. 22 Okt. 1845 W. 647, R.spr. 22 § 49, v. d. Hon. Sr. 11 p. 34; H. R. 7 Jan. 1846 W. 691, R.spr. 23 § 33, v. d. Hon. Sr. 1846 I p. 40 (contra O. M); H. R. 20 Jan. 1846 W. 703, R.spr. 23 § 43, v. d. Hon. G. Z. 4 p. 34, R. B. 1846 p. 193; H. R. 1 Dec. 1847 W. 883, R.spr. 29 § 34 v. d. Hon. Sr. 1847 II p. 352; Rb. Rott., vonnissen van 19 Juni 1880 W. 4522, en van 25 Jan. 1841 of 1842 W. 276 en 280; Rb. Middelb. 20 Jan. 1891 W. 6032. In anderen zin (art. 333 Rv. analogice toepasselijk achtend): Rb. Nijmeg. 23 Sept. 1854 W. 1579, en concl. O. M. vóór H. R. 22 Dec. 1840 R.spr, 9 § 5, v. d. Hon. Sr. 5 p. 66. — In den geest der hier geciteerde arresten van den H. R. vgl. ook nog Hof 's Hertog. 28 Febr. 1894 W. 6489, P. v. J. 1894 no. 60, gewezen op art. 56 lid 2 R. O.

b. Beschikkingen vóór den rechtsingang genomen, behooren niet tot de incidenteele vonnissen. Over de appelabiliteit van deze beschikkingen naar art. 56 lid 2 R. O., in verband methetWetb. v. Sv., zie op art. 56 lid 2 R. O.

». C. In burgerlifjke zaken is de leer dat de appellabiliteit van het incidenteel vonnis afhangt van die van het eindvonnis, hetzij in het algemeen, hetzij voor het bizondere geval, gehuldigd dooide hier sub nos. 10—20 volgende beslissingen, die hierom ook na de wijzigingen van het Wetb. v. B. R. Y. bij de wet van 1896 haar belang niet hebben verloren. — Vgl. hierbij de Paepe, geciteerd sub no. 5 hiervóór, I p. 375—376.

ÏO. a. Als in no. 9 aangeduid voor de incidenteele beslissing op een exceptie van non-qualificatie: Hof Utrecht 13 Jan. 1845 R. B. 1845 p. 688. — Vgl. Dalloz, Rép. i. v. Degrés de juridiction no. 90.

11. b. Zoo ook voor de incidenteele beslissing op de exceptie van nietigheid der dagvaarding: Hof N.-Holl. 4 Mei 1854 R. B. 1855 p. 226.

18. c. Zoo voor de incidenteele beslissing op de exceptiën van verknochtheid en schorsing van het gedi/ng: I lof Amst. 10 Febr. 1893 W. 6324. Eveneens voor gelijke beslissing op een verzoek

Sluiten