Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

accessoire vorderingen, de beslissing op het incident zou afhankelijk zijn van die op de hoofdzaak; veeleer is het omgekeerde het geval.

d. De argumenten, aangevoerd door Faube, Proc.recht Y, le ed. p. 57—58 (ook hierbij vgl. Hof N.-Brab. 17 Nov. 1840 hiervóór sub no. 16), schijnen mij toe meer subsidiair dienst te kunnen doen, dan op zich zelf de algemeene stelling mee te brengen dat de appellabiliteit van het incidenteel vonnis zich regelt naar die van het vonnis op de hoofdzaak, ook buiten de gevallen waarop bedoelde argumenten betrekking hebben.

e. "Volgt echter de hier besproken stelling in haar algemeenheid voor burgerlijke zaken niet uit art. 332 Rv. ? (Voor strafzaken zie nader op artt. 44 lid 2 en 56 lid 2 R. O.). Immers worden incidenteele vonnissen — voorzoover niet zelfstandige incidenteele vorderingen betreffende, vgl. no. 7 hiervóór en no. 22 jo. no. 29 hierna — toch gewezen in de zaak bij de oorspronkelijke dagvaarding aangebracht, zoodat naar die dagvaarding ook de appellabiliteit van het incidenteele vonnis zich regelt. Vgl. ook de motiveering van het hiervóór sub no. 13 vermeld arrest Hof 'sGrav. 17 Nov. 1890, en Faube in R. Mag. 13 (1894) p. 270.

ƒ. Uit het voorafgaande volgt m. i. de onjuistheid der bewering in W. 6529 p. 4 dat de hierboven bedoelde stelling vanzelf zou spreken, waar de wet niet het tegendeel bepaalt.

§ 4.

Competentie bij incidenteele vorderingen.

33. A.' Voor de competentie zijn te onderscheiden wèl en niet-zelfstandige incidenteele vorderingen. Zelfstandig is een incidenteele vordering, als zij ook anders dan incidenteel zou kunnen worden ingesteld, doordat zij een zelfstandige strekking heeft, waarvan het gevolg is dat ze niet noodzakelijk geheel als incident moet worden behandeld, en de beslissing niet per se bij incidenteel vonnis wordt gegeven.

Sluiten