Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor gedaagde, in verband met diens recht tot boeteheffing). De twee laatste arresten namen tevens aan dat het niet er toe doet, waar de beslissing in het vonnis staat (in welken geest vgl. ook voor strafzaken: H. R. 15 Jan. 1906 W. 8324, R.spr. 202 § 11, P. v. J. no. 511, op dit punt contra O. M.; hier echter buiten de leer van het gezag van gewijsde om). Is de juistheid der aangehaalde beslissingen op het laatst vermelde punt niet wel voor redelijken twijfel vatbaar, anders is het wat betreft het gezag van gewijsde der praejudicieele beslissingen als zoodanig. Intusschen worde opgemerkt dat bij de hier geciteerde arresten de uitspraak zelf m. i. niet anders zou hebben moeten zijn in het stelsel, dat wèl aan louter praejudicieele beslissingen gezag van gewijsde ontzegt, doch tevens dit gezag aanneemt bij de praejudicieele beslissing over een integreerend deel van het onderwerp der ingestelde vordering. — In het geval van 1900 was er een gewijsde op een vordering, welker onderwerp was eischers recht op ontbinding wegens niet-nakoming van gedaagdes verplichting tot betaling. Deze laatste omstandigheid individualiseerde eischers vorderingsrecht, zoodat ook de verplichting van gedaagde tot betaling integreerend deel was van het onderwerp der vordering. Daarom maakte de afwijzing van den eisch, gegrond hierop dat de bedoelde verplichting door compensatie was te niet gegaan, met gezag van gewijsde uit dat die verplichting niet meer bestond. Tegen deze beslissing nu reageerde het tweede proces. Zie nader over het arrest van 1900 de hierboven sub a geciteerde diss. van Kuhn p. 100— 102. !) — In 1888 zou op dit punt m. i. hebben kunnen volstaan

i) Hetgeen Kuhn 1.1. p. -101 tegen het arrest aanvoert, dat het n.1. een fïktie is de gevorderde zaken hier identiek te achten, is juist, omdat in het arrest wordt beweerd dat èn bij een vordering tot ontbinding wegens niet-nakoming eener verbintenis èn bij eene tot nakoming dierzelfde verbintenis, in wezen voldoening aan de overeenkomst wordt gevraagd. Ontbinding en nakoming dus dezelfde zaak! — Maar let men er op, dat onderdeel van het onderwerp dei eerste vordering was erkenning van het nog bestaan der bedoelde verplichting tot nakoming en dat van die verplichting in het tweede proces de

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1. ^

fMr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten