Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel slechts naar aanleiding der ingestelde vordering heeft te beslissen, doch zóó dat hij gebonden is aan het onderwerp dier vordering: vgl. art. 53 Beroepswet van 8 Dec. 1902 Stbl. 208; zie ook §§ 18 en 80 no. 1 der M. v. T. op het Ontw. Wetb. Admin. Rv., en art. 187 van dit Ontwerp (vgl. mede het Advies van den Raad van State en het Rapport van den Min. v. Just. op art. 152 Oorspr. Reg.-Ontw.).

Tengevolge van de hierboven aangewezen dubbele beteekenis van het woord „beslissing", in verband met het daarna in de tweede plaats opgemerkte, kan ook aan het door Goudsmit, Pand. Syst. I p. 288 nt. 1 aangevoerde argument („het doet niets af of een vraag om haar zelve dan om eene andere door den rechter is beslist"), - niet de kracht worden toegekend, die het veelal heeft in de oogen der Nederlandsche schrijvers over dit leerstuk. Voor louter praejudicieele beslissingen heeft dit argument geen gewicht, als men van meening is dat hieromtrent de rechter enkel delibereert, doch geen bindende beslissing geeft. — Andere echter voor de beslissingen op die praejudicieele geschilpunten (in ruimen zin, zie no. 2 sub a hiervóór), die integreerend deel zijn van het onderwerp der vordering (klacht, enz.). De bindende beslissing dat het vorderingsrecht bestaat moet wel vanzelf inhouden de — daarom behoudens wettelijke bepaling van het tegendeel,1) eveneens bindende — beslissing dat die grondslag der vordering, welke haar individualiseert, rechtens moet worden aangemerkt als aanwezig, althans als aanwezig geweest op het oogenblik, waarop het aankomt in het konkreete geval. En, waar ontzegging eener vordering berust op ontkenning van bedoelden grondslag, is ook die ontkenning daarom een bindende beslissing, omdat eene bindende beslissing over den bewusten grondslag door eischer bij de dagvaarding noodzakelijk mede is verlangd, zoodat de rechter geroepen is ze te geven.

De toepassing van het hier voorafgaande op bizondere gevallen zal m. i. meebrengen dat b.v. toewijzing eener vordering uit

i) Vgl. no. 8 sub j a. h e hierna.

Sluiten