Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschilpunt op zich zelf niet zou staan ter competentie- van den ingeroepen rechter, een tegengestelde opvatting is verkondigd door Bernatzik, Rechtsprechung und raaterielle Rechtskraft (1886) p. 166, 219 en 224; vgl. ook p. 230—233. Deze schrijver huldigt het volgende stelsel: R Beslissingen van een niet competenten rechter hebben geen gezag van gewijsde; zie Alg. Begins. VI no. 10 (bij de daar geciteerde blzz. van Bernatzik vgl. nog denzelfde p. 219, 230 en 233). — 2fi. In het algemeen hebben alle praejudicieele beslissingen in burgerlijke zaken niet, in de administratieve rechtspraak wèl gezag van gewijsde; zie Bernatzik 1.1. p. 159—163 over het burgerlijk vonnis, p. 163—166 over de administratieve rechtspraak; vgl. ook p. 153- 159. — 3<>. Echter kan geen gezag van gewijsde worden toegekend aan die praejudicieele beslissingen, waarvoor de administratieve rechter incompetent zou zijn, waren ze het onderwerp van een zelfstandig geding, zie 1.1. p. 166—167, 219, 230—233; — hoewel ook deze voorvragen ter beoordeeling staan van den geadieerden rechter, zie 1.1. p. 219—224. Volgens Bernatzik p. 224 moet, wat dit laatster betreft, een uitzondering worden aangenomen voor het geval dat praejudicieel is de onrechtmatigheid eener ambtsdaad in een vordering tegen den betrokken beambte; de motiveering dezer uitzondering 1.1. is echter m. i. niet zeer overtuigend. . Wat het zooeven sub 2o. aangeduide punt betreft, Bernatzik voert hiervoor als argument aan de lijdelijkheid des rechters, die wèl geldt in civiele zaken, niet in de administratieve rechtspraak. M. i. wordt de invloed der lijdelijkheid van den rechter op de bepaling van den objektieven omvang van het gezag van gewijsde hier door Bernatzik onjuist voorgesteld; vgl. de hiervóór in no. 7 sub d geciteerde plaatsen uit de Mem. v. Toel. op het Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv., zie ook hieronder. Het is wel opmerkelijk dat een stelsel, juist het omgekeerde van dat van Bernatzik, schijnt gehuldigd door onze Regeering, die in haar Ontw. tot wijziging van boek IY B. W. voor de objektieve grenzen van het gezag van gewijsde een ruime opvatting volgde, terwijl de enge door haar schijnt te zijn gekozen in het Ontw. Wetb. v. Adm.

Sluiten