Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rv.: vgl. art. 276 van laatstgenoemd Ontwerp, en § 30 no. 1 ja. § 18 alinea 3 der Mem. v. Toel., wier § 28 in den aanhef echter weer wijst op de ruimere opvatting; (vgl. ook het hier volgend no. 9).

De hierboven sub 3°. aangeduide stelling van Bernatzik steunt op die sub lo. aangegeven, doch vloeit daaruit m. i. niet noodzakelijk voort. Al meent men dat, waar niet vaststaat de competentie van den rechter tot beslissing van het geschil in zijn geheel, — hij die deze competentie betwist, ook zonder het vonnis aan te tasten op de bij de wet aangegeven wijze, mag volhouden dat dit vonnis ongeldig is, en daarom niet bindt; dan voert dit nog niet tot de hier bedoelde stelling van Bernatzik. Immers volgt uit vorenstaande opvatting niet dat, waar de competentie voor de hoofdzaak wèl moet aangenomen, en dan ook het gezag van gewijsde der beslissing op die hoofdzaak, dit gezag nu kan worden ontkend voor de in de einduitspraak noodzakelijk opgesloten beslissingen over de praejudiceele geschilpunten die integreerend deel zijn der vordering, — op motief dat hierover afzonderlijk de rechter geen beslissing zou mogen geven. Al is dit laatste het geval, en al is het een anomalie dat de rechter praejudicieel bindend beslist, wat hij afzonderlijk niet bindend zou mogen vaststellen omdat dit aan een ander bij uitsluiting is opgedragen, — als men hem desniettemin gerechtigd acht tot die praejudicieele beslissing, dan moet deze, als betreffend een integreerend deel van het onderwerp der vordering, ook noodzakelijk behooren tot het onderwerp van het den eisch toewijzend vonnis, en dus, waar de wet niet het tegendeel bepaalt, ook gezag van gewijsde hebben (vgl. het hierboven sub f gezegde). Intusschen schijnt de aangewezen anomalie dan de iure constituto (voor het ins constituendum vgl. hieronder sub j) te moeten leiden tot deze oplossing, dat den rechter van de zooeven aangeduide praejudicieele beslissingen zijn onttrokken die, welke hij niet zonder gezag van gewijsde zou kunnen geven. Zie Alg. Begins. XV no. 4 sub ƒ, en aldaar no. 25 voor de praktische gevolgen. Vgl. ook Alg. Begins. X no. 1 a. h. e. en no. 2. — Tegen Bernatzik's leer op het hier bedoelde punt

Sluiten