Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet buitendien nog worden opgemerkt dat, al zou men van een incompetenten rechter nog kunnen zeggen: hij kon hier niet-als rechter optreden, en daarom is zijn vonnis niet geldig, metterdaad geen vonnis, en dus ook zonder gezag van gewijsde, — gelijke redeneering toch niet zou opgaan, waar de rechter competent, doch het praejudicieele geschilpunt hem is onttrokken; zelfs niet voor zijn desniettemin hierop gegeven beslissing. En nog minder zou die redeneering kuunen dienst doen daar, waar het praejudicieel onderzoek dien rechter wèl toekomt, welk geval Bernatzik juist onderstelt.

i. Eenigszins analoog ') aan de hierboven sub h weergegeven derde stelling van Bernatzik, is de meening van Lacoste (geciteerd hiervóór in no. 7 sub a) nos. 301—304, speciaal no. 302, voor een andere kwestie verkondigd, — dat een vonnis geen gezag van gewijsde kan hebben ten opzichte van datgene, waaromtrent de rechter geen zelfstandige beslissing zou mogen geven; een stelling, waarvan als de wet dit niet bepaalt (vgl. hieronder sub j), de juistheid zonder nader betoog m. i. niet zoo vanzelf spreekt als de schrijver schijnt te meenen. — Diezelfde stelling ligt mede ten grond aan het argument voor de leer dat over feiten nooit (tenzij dan ingevolge speciale wetsbepaling, vgl. art. 128 Beroepswet van 8 Dec. 1902 Stbl. 208 j"s. artt. 194 Rv. en 285 Sv.) met gezag van gewijsde wordt beslist, — aangevoerd o. a. door Hamaker in R. Mag. 25 (1906) p. 21—23. Zie ook van de mede hiervóór in nos. 7 sub a en 8 sub h aangehaalde schrijvers b.v. Klöppel p. 93—94, Regelsberger Pand. I p. 703 sub II, en Bernatzik p. 159—162; vgl. echter ook Kuhn's diss. p. 68—70 jis. p. 59—60; zie verder de door Hamaker 1.1. geciteerden. — M. i. zal naar het hiervóór in no. 7 sub d uiteengezette moeten

1) Het wezenlijk verschil ligt hierin m. i. dat, terwijl boven sub h sprake was van praejudicieele kwesties die als onderwerp van een zelfstandig geding staan ter uitsluitende competentie van een ander, dit sub i niet het geval is, vooral niet ten opzichte der beslissingen over feiten. Het zal wel geen betoog behoeven dat van een onttrokken zijn aan den rechter voor zulke beslissingen geen sprake is.

Sluiten