Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden onderscheiden tusscben die feiten, welke het vorderingsrecht mede individualiseeren (b.v. het uitleenen van kapitaal bij aanspraak op rente wegens geleend geld), en andere feiten; omdat, wie een deieerstbedoelde feiten ontkent na de beslissing, waarbij de vordering is toegewezen, noodzakelijk met die beslissing in tegenspraak komt.

j. Verbiedt m. i. de logika de hierboven sub h bestreden derde stelling van Bernatzik de iure constituto te aanvaarden, en geldt hetzelfde in haar algemeenheid van de sub i aangeduide leer, — niet te miskennen is, dunkt mij, dat, konden zij opgaan, vele moeielijkheden in de leer van het gezag van gewijsde, in die der praejudicieele beslissingen, en ook soms in die der competentie zouden vervallen. Buitendien zou het door Bernatzik gestelde dienst kunnen doen ter bepaling van het gezag van gewijsde van een strafvonnis voor civielrechtelijke geschilpunten, indien n.1. aan het strafvonnis in het algemeen gemeld gezag toekomt voor een burgerlijk geding, waaromtrent vgl. Alg. Begins. XV sub § 3. — Afgezien van dit laatste, zou b.v. het bezwaar in no. 7 sub e hiervóór tegen art. 1958 B. W. volgens het thans aanhangig Ontwerp, ontléend aan de mogelijkheid dat een ander rechter dan die der hoofdzaak competent zou zijn voor het praejudicieele geschilpunt, ware dit onderwerp van een zelfstandig geding, — niet bestaan als de bedoelde stelling van Bernatzik opging, naar welke in dat geval het gemelde art. 1958 niet van toepassing zou zijn. Ook is er bij die leer geen reden om den rechter het onderzoek van het praejudicieele geschilpunt onttrokken te achten, uitsluitend op grond dat het in een gegeven geval is integreerend deel van het onderwerp der bij hem aangebrachte vordering, en tevens tot de competentie van een ander zou behooren, ware het onderwerp van een zelfstandig geding *);

x) B.v. zou dan de eisch tot schadevergoeding wegens onrechtmatige bestuursdaad, gesteld hij is ontvankelijk naar het materieele recht, door den burgerlijken rechter zelfstandig kunnen worden onderzocht, ook al is de administratieve rechter aangewezen voor de beoordeeling der bestuursdaad op zich zelf. Anders echter bij een condictio indebiti, waar voor het indebitum een ander rechter competent is dan hij, bij wien de terugvordering' is ingesteld. Hier toch blijft Léon : Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1. 12

(Mr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten