Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle praejudicieele geschilpunten zelfstandig heeft te onderzoeken tot haar recht; vgl. Alg. Begins. XV nos. 1—5. Ook komt dan ondubbelzinnig uit dat het praejudicieele geschilpunt als zoodanig niet van invloed kan zijn op de competentie voor de hoofdzaak, zie § 2 hierna. — Anders echter is het, zoo al niet in beide opzichten, dan toch wat het eerstgenoemde betreft, waar de praejudicieele beslissing wèl gezag van gewijsde heeft; vgl. hierboven sub h en j alsmede no. 7 sub e hiervóór; zie ook Alg. Begins. XV nos. 4 sub f en 25.

I. Hier worde over het verband tusschen gezag van gewijsde en competentieregeling nog het volgende opgemerkt. Opdracht van rechterlijke competentie wil zeggen opdracht tot bindende beslissing van het geschil. Omdat het onderwerp dier laatste opdracht wordt bepaald door het onderwerp der dagvaarding, of hetgeen deze vervangt (vgl. no. 7 sub cl hiervóór), is het ook rationeel de competentie afhankelijk te stellen van het onderwerp van het geschil (objectum litis), zooals dit door de dagvaarding — respektievelijk wat voor haar in de plaats treedt — wordt aangegeven ; vgl. nader op art. 2 R. O. sub C § 1 en sub D, speciaal nos. 2 en 17. — Dit argument vervalt bij een regeling ais die van het thans voorgestelde art. 1958 B.W., ten gevolge waarvan het verband tusschen het onderwerp van dagvaarding, geschil en vonnis zou worden verbroken; vgl. hiervóór no. 7 sub e in den aanhef. De vraag zou dan ook kunnen gesteld of, wordt dit artikel wet, de jurisprudentie, die in art. 2 R. O. het begiip „geschillen" enkel door de dagvaarding, en niet mede door de verwering laat bepalen (zie op art. 2 R. O. sub C § 1) niet op losse schroeven wordt gezet. Ook zou men kunnen meenen dat, wordt het bedoelde art. 1958 aangenomen, ineen zullen vloeien wat men nu als objectum litis en fundamentum petendi tegenover elkander stelt (zie nader op art. 2 R. O. sub D nos.^1 en 2). — Dit zou m. i. ook zoo zijn, als genoemd art. 1958 gelden moest voor alle praejudicieele beslissingen van de in dit artikel aangegeven soort. Daar intusschen de voorschriften van het B. W. over het gezag van gewijsde beperkt zijn tot vonnissen

Sluiten