Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Modderman in Themis 1867 p. 103. — Omdat de vraag of de uitlevering wettig was, niet van belang is voor de ontvankelijkheid van het O. M. in de strafvervolging tegen den uitgeleverde, heeft de strafrechter naar die wettigheid ook geen onderzoek te doen. Uitleveringstraktaten toch hebben in het algemeen niet de strekking bestraffing te verbieden van hem, die zonder inachtneming van het traktaat is uitgeleverd. Zie in dien geest Rb. 's Grav. 6 Dec. 1847 W. 873, waartegen de cassatie is verworpen door H. R. 18 April 1848 W. 938, R.spr. 31 § 1, v. d. Hon. Sr. 1848 I p. 304 (echter deze kwestie niet behandelend). Gelijke beslissing is gegeven door Hof Amst. 22 April 1885 (O. ad II) W. 5261, R. B. 1885 C p. 101, welk arrest, enkel motiveerend met het niet mogen beoordeelen van Regeeringsdaden door den rechter, blijkbaar hier een praealabele kwestie aanwezig zou hebben geacht, als zij niet (volgens het Hof) aan de beoordeeling van den rechter was onttrokken. Tegen dit arrest, dat blijkbaar uitgaat van de Fransche leer over het onderzoek van bestuursdaden (zie Alg. Begins. XVI) is de cassatie verworpen door H. R. 29 Juni 1885 W. 5191, R.spr' 140 § 40, v. d. Hon. Sb. 1885 p. 189, waarbij dit punt echter niet ter sprake kwam.

Een geheel ander geval, echter met het hier voorafgaande verward in de conclusie van het O. M. vóór H. R. 15 Juni 1886 AV. 5313, R.spr. 143 § 31, v. d. Hon. Sr. 1886 p. 145, is er, waar beklaagde beweert terecht te staan voor een ander misdrijf dan waarvoor hij is uitgeleverd of voor een niet in bet verdrag genoemd delikt, indien het uitleveringstraktaat voor die omstandigheden de strafvervolging verbiedt. Dit nu heeft bij ons thans, wat het laatstbedoelde punt betreft, ingevolge art. 7 der wet van 6 April 1875 Stbl. 66, behoudens de in het slot van dit artikel vermelde eventualiteit, steeds plaats ten opzichte van delikten vóór de uitlevering gepleegd. Dientengevolge is het O. M. niet-ontvankelijk voorzoover hiertegen wordt gehandeld zonder toestemming van den Staat die uitleverde, zoodat er dan wèl een praealabele kwestie ontstaat. Zie in dien zin het zooeven geciteerde arrest H. R. van 1886, en H. R. 7 Febr. 1876 W. 3966,

Sluiten