Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij uitsluiting wil zeggen dat geen ander een bindende beslissing mag geven omtrent het onderwerp dier opdracht. Uit de wetsbepaling, die ze bevat, moet dus hier een uitzondering worden afgeleid op den regel in de voorafgaande nos. 1—3 bedoeld. — Ygl. ook het sub nos. 22 jo. 13 hierna in het algemeen gezegde over onttrekking van het praejudicieele geschilpunt, af te leiden 1°. hieruit dat anders het doel eener wetsbepaling zou worden gemist, en 2°. uit het feit dat er slechts bindend over kan worden beslist, en in bindende beslissing zou zijn opgesloten een bevel, dat de rechter niet mag geven. Beide deze motieven gelden hier. — Slechts voorzoover in het hierboven aangeduide geval concurreerende competentie aanwezig mocht zijn, bestaat het bedoelde bezwaar, en dus ook de uitzondering niet; vgl. Alg. Begins. X no. 1 a. h. e. jo. no. 2 aldaar. — Maar het aannemen van concurreerende competentie zou hier juist de wetsbepaling, die het praejudicieele geschilpunt als onderwerp van een afzonderlijk geding opdraagt aan een ander, haar doel doen missen, en meebrengen dat het xan den eischer afhing om aan de wettelijke competentieregeling, hoewel deze op de publieke orde betrekking heeft, haar kracht te ontnemen. Immers zou eischer bij concurreerende competentie voor het praejudicieele geschilpunt, zijn vordering zóó kunnen inrichten dat de rechter, die er competent voor is, tevens praejudicieel en toch bindend (wegens het hier onderstelde gezag van gewijsde dier praejudicieele beslissing) zou moeten beslissen over een geschilpunt, dat op zich zelf genomen ter competentie van een ander rechter staat. Door deze handeling — het instellen eener vordering als zooeven aangeduid — zou dus de wetsbepaling worden ontdoken, welke beoogt dat juist die andere rechter bindend over het bedoelde geschilpunt beslist. Hiertegen nu verzet zich het beginsel van art. 14 wet Alg. Bepal. — Bij twijfel moet dan ook worden aangenomen dat de hier bedoelde competentieopdracht geschiedde bij uitsluiting ook van een praejudicieele bindende beslissing door een ander. Vgl. Alg. Begins. X no. 1 over het exceptioneele van concurreerende competentie, en hiervóór no. 3 a. h. e. ter nadere

Sluiten