Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toelichting van het zooeven gezegde. — Om bovenstaande redenen schijnt de leer dat de rechter de praejudicieele en incidenteele geschilpunten, die hem niet bij speciale regeling zijn onttrokken, zelfstandig beslist, ook waar ze als onderwerp van een afzonderlijk geding zouden staan ter competentie van een ander (zoodat in deze laatste omstandigheid alléén geen onttrekking gelegen kan zijn), — moeielijk overeen te brengen met de opvatting, die gezag van gewijsde toekent aan alle beslissingen, waarop de einduitspraak berust. Neemt men dit laatste niet aan, doch erkent men dat, waar het praejudicieele geschilpunt integreerend deel is van het onderwerp der vordering, de beslissing er over, althans zoo de wet niet het tegendeel bepaalt, gezag van gewijsde moet hebben (vgl. Alg. Begins. XIV no. 7 sub d en no. 8 sub j), — dan spreekt het vanzelf dat slechts voor deze laatste soort praejudicieele beslissingen, en dus niet voor de louter praejudicieele (vgl. t. a. p. no. 4) een uitzondering op den meermalen vermelden regel is aan te nemen wegens het gezag van gewijsde der beslissing. — Vgl. hierbij nog Alg. Begins. XIV no. 8 sub f, li en k, alsmede Wach, Handb. Civ. Proc.recht I p. 88 sub lo. i. f. ja. p. 107. — Zie een toepassing van het zooeven gezegde hierna in no. 14. — Vgl. ook nos. 21 en 22 hierna.

g. Overigens worde, naar aanleiding van het in dit no. 4 sub e geciteerde gezegde van v. Sarwey, hier nog het volgende opgemerkt. De enkele omstandigheid dat een vonnis bindend praejudicieert — in v. Sarwey's zin — aan dat van den rechter, speciaal aangewezen voor het praejudicieele geschilpunt als afzonderlijke zaak, is geen grond om aan te nemen dat ook zonder wettelijke bepaling den rechter der hoofdzaak de praejudicieele kwestie is onttrokken. En omgekeerd kan het laatste wèl het geval zijn, zonder dat er van een bindend praejudicum sprake is, zie no. 22 hierna. Wat het eerste betreft, zoo sluit b.v. de regeling van art. 1955 B. W., en van art. 1960 B. W. naar het thans aanhangig Ontw. wijziging boek IV B. W. (bewijs van het feit, behoudens tegenbewijs) wèl in dat een strafvonnis, waarbij

Sluiten