Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(op dit punt meegaande met het vonnis a quo, Rb. Arnhem 3 Nov. 1898 W. 7216, W. B. A. 2588): In een vordering gericht tegen een instelling van weldadigheid, bedoeld in art. 2a deiArmenwet van 26 Juni 1854 Stbl. 100, strekkende tot uitkeering eener geldsom als onderstand, en steunend op eischers burgerrecht van Nijmegen in verband met een Raadsbesluit van 1739, terwijl de beslissing op dezen eisch afhangt van de vraag naar de bestemming der inkomsten van de gedaagde instelling, — wordt over dit laatste punt niet door den rechter beslist, x) zoodat art. 69 der Armenwet niet kan worden aangevoerd tegen 's rechters competentie. Deze laatste achtte het Hof, in tegenstelling met de Rechtbank, aanwezig; dit ook al zou wèl moeten worden beslist over bedoeld praejudicieel geschilpunt, wegens art. 153 Grw. (art. 2 R. O.). Zie ook in W. 3470 de conclusie* van Adv.-Gen. de Meyiee vóór Hof Geld. 12 Juni 1872 W. 3471: er is dan niet een geschil over de bestemming, maar over iemands recht op onderstand, ter gelegenheid waarvan de bestemming een punt vap onderzoek uitmaakt.

Intusschen zal hieromtrent anders moeten geoordeeld, als art. 1958 B. W. naar het thans aanhangig Ontw.wijziging boek IY B. W. onveranderd wet wordt, al behoeft dit geen invloed te hebben op de competentie, zie no. 4 sub f hiervóór en no. 25 sub c hierna; vgl. ook Alg. Begins. XIY no. 8 sub l jo. no. 7 sub e.

i. b. Verdere toepassingen van het in nos. 1 en 2 hiervóór uiteengezette zijn neergelegd in de beslissingen, vermeld in dit 110. 7 en de hier volgende nos. 8—12.

De rechter heeft de vraag te beslissen, of al dan niet terecht door den Staat de medewerking is geweigerd, door dezen bij overeenkomst volgens zijn mede-contractant hem toegezegd, waar de Staat zich wel bereid verklaart tot meewerking, doch alleen in den zin zooals hij, in tegenstelling met zijn wederpartij, de

') Bedoeld zal hier zijn: niet bindend beslist. Dat het geschilpunt niet praejudicieel was en daarom niet behoefde te worden beslist, zal het Hof wel niet hebben aangenomen; men zie de dagvaarding en de motiveering van het vonnis a quo, waarbij het arrest zich hier aansluit.

Sluiten