Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt eerst beweerd dat de rechter niet mocht oordeelen over de rechtmatigheid der opgelegde boete, doch daarna dat hij wèl mag beoordeelen of de voorwaarden door de concessie voor het beboeten gesteld, vervuld zijn. De eene bewering schijnt in tegenspraak met de andere.

ÏO. e. Een bevel van B. en W. aan den eigenaar van een pakhuis om dit öf te herstellen of te ontruimen, is tegenover den huurder geen afdoend bewijs voor de noodzakelijkheid der herstelling overeenkomstig art, 1591 lid 1 B. W. De rechter heeft die noodzakelijkheid zelf te onderzoeken. — Zoo Rb. Amst. 3 Juni 1874 P. v. J. 1874 Bijbl. 25 (vgl. 1.1. nos. 37 en 41). — Vgl. hierbij sub Alg. Begins. XYII de verwijzing naar de jurisprudentie op art. 471 no. 5 C. P. over de vraag, of de strafrechter onder heerschappij van dat artikel, de bouwvalligheid van een huis zelf had te onderzoeken, dan wel zich te gedragen aan het oordeel hieromtrent van het administratief gezag.

tl. f. Voor de toepassing van het hiervóór in nos. 1—3 gestelde beginsel doet hej er niet toe naar welke rechtsregelen de praejudicieele kwestie moet worden beantwoord. Deze kunnen b.v. ook afkomstig zijn van autonome korporaties of instellingen. — Zoo overwoog Ktg. Almelo 13 Mei 1897 W. 6961, P. v. J. 1897 no. 46 dat de voor een geschil competente rechter ook bevoegd is, ter beslissing daarvan, gebruik te maken van het kerkrecht. — In gelijken geest implicite o. a. Rb. Assen 27 Dec. 1858 W. 2078, R. B. 1859 p. 331, R.spr. 62 § 89, in een vordering tot schadevergoeding wegens misbruik van gezag in de uitoefening der kerkpolitie, de rechtmatigheid der aangevallen daad toetsend aan het kerkelijk reglement.

In strijd hiermee overwoog Rb. Arnhem 15 of 17 Okt. 1842 R. B. 1843 p. 152, R.spr. 16 § 58, dat in een vordering tot rekening en verantwoording van een zich noemend kerkbestuur tegen een ontslagen kerkmeester, de rechter de door gedaagde opgeworpen disqualiflcatoire exceptie niet zou mogen onderzoeken, omdat het hier betrof een vraag, te beantwoorden naar kerkelijke reglementen, die de burgerlijke rechter niet zou hebben

Sluiten