Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierna gezegde voor het geval dat bij korporatief reglement, geen wettelijk voorschrift ') zijnde, de bedoelde uitspraak aan een ander dan de rechterlijke macht is opgedragen, wat dan niet meebrengt dat de laatste zich heeft te onthouden van gelijke beslissing, incidenteel of praejudiceel gegeven, ook al geschiedt dit met gezag van gewijsde. — In strafzaken is er m. i. geen beslissing met gezag van gewijsde op het daar praejudicieele geschilpunt over beklaagdes hoedanigheid. Vgl. sub § 3 hierna over het gezag van 't strafvonnis in andere gedingen:

Bij de raadpleging der in dit no. 12 geciteerde jurisprudentie dient de bizondere casuspositie bij elk vonnis in aanmerking te worden genomen, met het oog mede op het daarbij toegepaste reglement of verordening.

13. C. Uitzonderingen op het sub nos. 1 — 3 hiervóór gestelde beginsel zijn in de jurisprudentie — behalve voor de disqualificatoire exceptie, zie het hier voorafgaande no. 12 — aangenomen in de volgende gevallen, hier behandeld in nos. 13 —17, (18), en 20.

a. De beoordeeling van bestuursdaden is vaak onttrokken geacht aan de rechterlijke macht. Hieromtrent zie nader sub Alg. Begins. XYI jo. IX § 7, § 8, § 11 en § 12; vgl. ook XIV no. 10. Ten opzichte van het sub IX no. 33 jo. no. 31 geciteerde vonnis Rb. Gron. van 1 Maart 1895 zie ook sub § 3 hierna. — In een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige bestuursdaad moet, wordt zij toegewezen de onrechtmatigheid dier daad bindend worden vastgesteld, waarin ligt opgesloten het bevel aan de administratie zich van zulk een daad te onthouden; vgl. Alg. Begins. IX nos. 45 en 46; XIV nos. 4-6. Hieruit volgt dat, voorzoover de rechter geen bevelen aan de administratie mag geven (vgl. Alg. Begins. XYI jo. XIX), op dien grond in zulk een vordering, de beoordeeling van de rechtmatigheid der daad den rechter is onttrokken. Intusschen moet worden opgemerkt dat, inzoover artt. 1401 vlgg. B. W. toepasselijk mochten zijn op bestuursdaden, hieruit zou volgen dat de rechter, competent in den eisch

!) Zie de Voorrede tot dit werk, p. XII v. b.

Sluiten