Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot schadevergoeding, de bestuursdaad wèl onrechtmatig zou mogen verklaren, dus ook het in zulke bindende verklaring vanzelf reeds opgesloten bevel om zich van zoodanige daad als de aangevallene te onthouden, dan wèl mag geven. Of het geschilpunt den rechter is onttrokken, hangt hier in de eerste plaats dus af van de toepasselijkheid van artt. 1401 vlgg. B. W. Wordt deze aangenomen, dan is — tenzij hiervoor een speciale grond zou kunnen worden aangevoerd — het praejudicieele geschilpunt den rechter niet onttrokken. Zijn daarentegen de zooeven genoemde artikelen niet toepasselijk, dan is het geschilpunt wèl onttrokken, maar óók de beantwoording er van onnoodig voor de beslissing, m. a. w. het is dan niet praejudicieel. In die laatste onderstelling zal, mede met het oog op het bovenstaande, niet-ontvankelijkheid der vordering moeten worden aangenomen, en niet incompetentie der rechterlijke macht. Ygl. Alg. Begins. IX nos. 46 en 47 i. f., alsmede hierna no. 25 sub c—d jo. no. 21 sub a-^-b.

14. b. De burgerlijke rechter kan geen uitspraak doen over de gegrondheid eener vordering tot vergoeding der verplegingskosten ten behoeve van een armen krankzinnige, waar niet vooraf door het administratief gezag de vraag is uitgemaakt, of die krankzinnige woonplaats heeft in de gedaagde gemeente, omdat dit laatste geschilpunt niet behoort bij den burgerlijken rechter. (Vgi. art. 72 jis. artt. 26 en 70 der Armenwet van 28 Juni 1854 Stbl. 100). — Zoo K. B. 8 Juni 1873 R. v. St, 13 p. 249, G. st. 1154, W. B. A. 1276. Zoo ook Rb. Assen 7 Sept. 1857 W. 1889, en Ktg. Harlingen, vonnissen van 8 Jan. 1851 en van 14 Juli 1852, beide in AV. 1367 (vgl. Alg. Begins. IX sub no. 46). — Bij de hier genoemde beslissingen vgl. ook hierna sub § 3 voor de vraag naar de gebondenheid van den burgerlijken rechter aan de uitspraak van het administratief gezag, zoo deze voorafging.

Naar art. 26 der Armenwet is het hebben van woonplaats in de betrokken gemeente constitutief voor de haar in dit artikel opgelegde verplichting tot vergoeding der daar genoemde kosteD (o. a. van verpleging). Die omstandigheid individualiseert dus de

Sluiten