Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hierboven geciteerde vonnis in eersten aanleg der Haarlemsche Rechtbank was hiermee gemotiveerd dat onjuist was de bewering (overigens niet te vinden in de conclusies van pai tijen, zooals ze in het W. v. h. R. 1.1. zijn opgenomen), als zou de ontzetting uit het lidmaatschap slechts kunnen geschieden door den rechter. Verder achtte de Rechtbank die ontzetting niet van openbare orde, en niet betreffend een geschilpunt van buigerlijk recht, waaromtrent de rechterlijke macht alléén bevoegd is uitspraak te doen. — Daargelaten hier of het geschilpunt over de wettigheid der ontzetting al dan niet burgerrechtelijk is (vgl. op art. 2 R. O. sub B § 3), ziet de laatstbedoelde overweging van het vonnis over het hoofd dat de rechter in een vordering te zijner competentie, jók te onderzoeken heeft de praejudicieele geschilpunten, die niet zijn van burgerrechtelijken aard, zoo ze hem niet wettig zijn onttrokken. Op dit laatste kwam het hier aan. Het was de vraag, of de statuten moesten worden opgevat in den zin dien het Hof er aan hechtte, dan wel aldus dat, zou ontzetting geoorloofd zijn, het bestaan moest worden bewezen van een der in de statuten genoemde gevallen, zoodat dan niet voldoende was het oordeel van bestuur of vergadering dat ze aanwezig waren.

\ gl. in den geest der hier geciteerde beslissingen ook Rb. Utrecht 20 Dec. 1899 W. 7413.

Bij dit no. 18 vgl. mede het hier volgende no. 19.

1®. b. Gelijk o. a. uit de in het voorafgaande no. 18 aangehaalde piocedures blijkt — zie b.v. nog no. 15 hiervóór en Alg. Begins. XI\ nos. lo—18 —, kan het twijfelachtig zijn, waarin het voor de beslissing der hoofdzaak praejudicieele geschilpunt bestaat. Verschillende wettelijke voorschriften, veelal ook bepalingen in statuten en reglementen van bizondere instellingen en korporaties, alsmede contractueele clausules, sommen feitelijke omstandigheden op, waaraan het ontstaan van rechten en verplichtingen wordt vastgeknoopt, en wijzen tevens iemand aan. die zal hebben te beoordeelen of die omstandigheden aanwezig zijn. De bedoeling hiervan kan uiteenloopen. Opdracht van recht-

Léon: ttechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1.

(Mr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten