Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. 6821 p. 2, G. st. 2342. Vgl ook W. B. A. 2468. — Zie ook op art. 1 R. O. sub E no. 3.

Is bovenstaande uiteenzetting juist, dan volgt daaruit datb.v. opdracht van beslissing over bezwaren tegen een belastingaanslag niet gelijk staat met opdracht van beslissing over de belastingschuld, zoodat eerstbedoelde opdracht geen reden kan zijn om de beslissing over de schuld onttrokken te achten aan de rechterlijke macht, waar tegen den aanslag geen bezwaren worden aangevoerd. Voor de jurisprudentie hieromtrent zie nader op art. 2 R. O. Neemt men echter, enkel als wèl zulke bezwaren worden gemoveerd aan, ook waar die meening niet steunt op een speciale wetsbepaling als b.v. art 15 der wet van 22 Mei 1845 Stbl. 22, dat de rechterlijke macht incompetent is voor het geschil over de schuld, dus óók bij een vordering tot betaling dier schuld, — dan komt dit hierop neer dat men uit de opdracht der beslissing over de bezwaren aan het administratief gezag, afleidt dat hier betwisting van den rechtstitel de rechterlijke macht incompetent maakt, zonder dat de wet dit bepaalt.

Anders, als men uit bedoelde opdracht slechts de gevolgtrekking maakt, dat partijen niet-ontvankelijk zijn in bezwaren tegen den aanslag, bij de rechterlijke macht aangevoerd, vgl. no. 22 sub f a. h. e. en sub g jo. 110. 25 hierna. — In elk geval sluit onttrekking aan den rechter van de beslissing over den aanslag niet tevens in onttrekking van elke beslissing over de schuld.

d. Uit het voorafgaande volgt nog dat in een condictio indebiti van belastingschuld, zelfs in zulk eene, enkel op bezwaren tegen den aanslag berustend, — hoewel de belastingschuld zelf integreerend deel is van het onderwerp der vordering (vgl. Alg. Begins. XIV no. 4 sub a), de geldigheid van den aanslag dit niet is, zoodat over deze laatste louter praejudicieel zou worden geoordeeld. Wel is waar strekt de eisch tot betaling eener

1) Vgl. Alg Begins. XIV no. 7 sub d. Wordt het thans ontworpen art. 1958 13. W. onveranderd wet, dan vervalt ook hetgeen in dit no. 21 over louter

Sluiten