Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk zich voordoende casuspositie. De strekking der betrekkelijke wetsbepaling zal nauwkeurig in het oog moeten worden gehouden. En niet minder moet worden gelet op de strekking der ingestelde vordering. Of deze van dien aard is dat zij een wetsbepaling, als hierboven bedoeld, ontduikt, kan slechts aan de hand van de konkreete dagvaarding worden uitgemaakt.

Als voorbeelden van wetsbepalingen, die haar doel zouden missen, als de rechterlijke macht het daarin bedoelde geschilpunt ■ praejudicieel onderzocht, schijnen de in het hier voorafgaande no. 21 sub e aangehaalde voorschriften: art. 19 wet 27 April 1906 Stbl. 72, en art. 265 Gem.wet, te mogen worden genoemd. Is dit zoo, dan zijn ook hierom partijen in bezwaren tegen een daar bedoelden belastingaanslag bij de rechterlijke macht aangevoerd, steeds niet-ontvankelijk. Ygl. ook no. 25 hierna. Voor gemeentebelasting vgl. bovendien Alg. Begins. XIY no. 18.

!)■ Uit hetgeen hierboven is gezegd mag niet worden afgeleid dat in dergelijke gevallen als hier bedoeld (men denke aan provinciale belastingen), een eventueele vordering tot betaling der belasting, b.v. bij den Kantonrechter ingesteld, en door gedaagde enkel bestreden met bezwaren tegen den aanslag, per se zou moeten worden toegeicezen, waar overigens geen redenen tot ambtshalve afwijzing bestaan. Slechts dan is dit zoo, waar de rechter den aanslag als wettig moet aanmerken, niet als b.v. de termijn voor het indienen van bezwaren tegen den aanslag bij het administratief gezag, nog niet mocht zijn verstreken. In dit laatste geval staat de wettigheid van den aanslag nog niet vast, en zal de vordering vooralsnog niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Ygl. ook het genoteerde in no. 20 hiervóór sub c jo. sub d, en no. 25 hierna.

33. F. a. Wanneer kan onttrekking van een werkelijk praejudicieel geschilpunt aan den rechter der hoofdzaak als geldig worden beschouwd? — Wie mag hem zulk een geschilpunt onttrekken?

Deze twee vragen zijn niet geheel identiek, daar de onschendbaarheid der Rijkswet meebrengt dat, als de Rijkswetgever een geschilpunt mocht hebben onttrokken jn strijd met de Grondwet.

Sluiten