Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vóór. — Hieruit kan men dan de gevolgtrekking maken dat het onttrekken van een werkelijk praejudicieel geschilpunt steeds is een gedeeltelijke inbreuk op hetgeen voortvloeit uit de bepaling, die de competentie vestigt; een inbreuk, die slechts geoorloofd kan zijn aan hem, die zou mogen derogeeren aan die competentiebepaling zelf. Zoo b.v. derogeert krachtens de wet (artt. 620 vlgg. B. R, V.) een'compromis aan art. 2 R. O.

Evenzeer mag natuurlijk de Rijkswet zelf derogeeren aan een andere wetsbepaling, niet door de Grondwet voorgeschreven. Daarentegen mag, van het zooeven aangegeven standpunt uit geoordeeld, niet enkel de lagere wetgever geen praejudicieele kwestie onttrekken aan den rechter, wiens competentie op de Rijkswet berust; doch evenmin de Rijkswet zelf, zoo de rechterlijke competentie is voorgeschreven door de Grondwet (art. 153). — Dan zou b.v., als men meent dat de eisch tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad (respektievelijk de terugvordering van hetgeen onverschuldigd betaald is), als geding over een privaatrechtelijke schuldvordering, valt onder art. 153 Grw., — de wetgever niet mogen bepalen dat in zulk een vordering, de burgerlijke rechter de onrechtmatigheid eener aangevallen bestuursdaad (respektievelijk het bestaan van een publiekrechtelijk indebitum) niet zal hebben te onderzoeken, doch de beslissing hieromtrent zal hebben af te wachten van den administratieyen rechter; althans, zoo deze niet mede behoort tot de rechterlijke macht in den zin van gemeld Grondwetsartikel.

Tegen het hierboven aangeduide standpunt kan nu echter aan den anderen kant het volgende worden aangevoerd. Erkennende dat in- het algemeen in de competentie-opdracht ligt opgesloten die tot beoordeeling der praejudicieele geschilpunten, kan men toch zeggen dat dit slechts het geval is, voorzoover de beslissing van de hoofdzaak niet mogelijk" is zonder dat de daarvoor competente rechter zelf ook de. bedoelde geschilpunten onderzoekt. Een bepaling echter, die eenig geschilpunt rechtsgeldig brengt ter competentie van een ander dan den rechter, voor wien dit geschilpunt praejudicieel wordt in zeker geding, samen-

Sluiten