Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eisch zelf niet-ontvankelijk moeten worden verklaard; vgl. no. 20 sub c en no. 22 sub g hiervóór.

Het hier laatstelijk gezegde is ook toepasselijk, waar op een door gedaagde voorgestelde exceptie, de burgerlijke rechter meent eischers hoedanigheid — in welke alléén de ingestelde vordering hem zou toekomen — niet te mogen onderzoeken (vgl. no. 12 hiervóór), zonder dat er een gegronde reden is om aan te nemen dat ze als reeds vaststaande moet worden aangemerkt. Dit geval zou zich b.v. kunnen voordoen, als het onderzoek der geloofsbrieven, stel van een polderbestuur, zóó is geregeld, dat hangende het geding waarin de exceptie van non-qualificatie wordt opgeworpen, nog mogelijk is de beslissing over de geloofsbrieven door het daartoe aangewezen gezag. Waar de rechter de vordering toewijsbaar acht, mits eischer de gestelde hoedanigheid bezit, en hij meent dat slechts bindend over die hoedanigheid zou kunnen worden beslist *), — daar zal m. i. de gevolgtrekking moeten zijn dat het praejudicieele (incidenteele) geschilpunt den rechtser is onttrokken, zoo een ander gezag rechtsgeldig tot die bindende beslissing bij uitsluiting is aangewezen, dus door een wettelijk voorschrift, dat aan de rechterlijke macht een voor haar praejudicieel geschilpunt onttrekken mag; vgl. nos. 4 sub f, 12 en 24 hiervóór. Niet-outvankelijkheid van eischer, althans tot na beslissing van het geschilpunt door het daarvoor aangewezen gezag, zal dan moeten worden aangenomen, en niet 's rechters incompetentie; vgl. hieronder sub c en d.

Geldt het een hoedanigheid van gedaagde, door dezen beweerd, doch door eischer ontkend, dan zal in het hierboven onderstelde geval moeten worden aangenomen dat die hoedanigheid niet vaststaat; vgl. de in no. 12 sub g hiervóór vermelde procedure, beëindigd door het arrest H. R. van 17 Febr. 1848. Maar hieruit mag niet worden afgeleid dat gedaagde niet in die hoedanigheid heeft gehandeld. M. i. zal daarom ook de vordering tegen ge-

!) Als art. 1958 B. W. gelijk de Regeering dit thans voorstelt wet wordt, zal de rechter wel niet anders kunnen oordeelen.

Sluiten