Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met nt. 1 op § 148 C. P. 0. Zie mede het hier volgend no. 26.

'<*(;. H. De iure constituendo over praejudicieele geschilpunten vgl. W. B. A. 2844—2850, tot op zekere hoogte zich aansluitend aan H. Reuyl in R. Mag. 14 (1895) p. 531—535, speciaal voor de administratieve rechtspraak, waarover ook Roëll en Oppenheim in R. Mag. 18 (1899) p. 222-225. — In W. B. A. 2846 (vgl. ook nos. 2848 en 2849) wenscht de Red. dat de wet op het beginsel, aangeduid in nos. 1—3 hiervóór, uitzonderingen make voor bepaalde praejudicieele geschilpunten van publiekrechtelijken aard, ter sprake komend in het geding voor den burgerlijken of straf-rechter; dit op grond dat de praktijk leert hoe wisselend de jurisprudentie der rechterlijke macht is in hun beantwoording. Behalve het toetsingsrecht voor verordeningen, dat de Red. (zie t. a. p. no. 2847) geheel zou willen afschaffen om de verordening vóór haar inwerkingtreding zorgvuldig te laten onderzoeken, en daarna onschendbaar te maken ter wille der rechtszekerheid (hieromtrent zie nader op art. 11 wet Alg. Bep.; vgl. ook Alg. Begins. XVI), — noemt het W. B. A. t. a. p. verschillende punten, waarvoor schorsing wordt aanbevolen tot na uitwijzing er van door het competente administratief gezag. Als voorbeelden worden aangegeven: de vraag naar ongeoorloofde delegatie van wetgevende macht; die naar de kenteekenen voor de openbaai heid van een weg (van welk geschilpunt het publiekrechtelijk karakter intusschen volstrekt niet vaststaat, zie op ait. 2 R. O., ook schijnt de jurisprudentie der latere jaren op dit punt niet zoo afwisselend), — en verder: de vragen over aansprakelijkheid van publiekrechtelijke korporaties voor uitvoering harer onwettige verordeningen, alsmede over de grenzen, door de wet aan de

ambtenaren gesteld.

Het kan worden betwijfeld of de Red. van het W. B. A. in deze op den goeden weg is. — Ten eerste, als de jurisprudentie in genoemde vragen wisselend is, ligt dit dan niet vooi een goed deel, behalve in de schakeeringen dor konkreete gevallen, in den aard der vragen zelf? Mocht dit zoo wezen, dan schijnt er geen

Sluiten