Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede reden te zijn, waarom men op die punten van den administratieven rechter vaster jurisprudentie zou mogen verwachten dan van de rechterlijke macht. Als echter de ondervinding later toonde dat de administratieve rechter, staande voor dezelfde vragen in geschillen te zijner competentie, niet slechts een vaste, doch ook een juiste oplossing weet te geven, — zullen dan ook niet de burgerlijke en strafrechter hiermee vanzelf rekening houden? Eerst dan, als dezelfde kwestie door hen op den duur anders zou worden beslist dan door den administratieven rechter, zou er althans reden zijn voorden wetgever om zich af te vragen, of de hierin gelegen anomalie erger is dan de praktische nadeelen, aan schorsing verbonden. Van een eigenlijk konflikt is er geen sprake, waar een louter praejudicieel geschilpunt, dus zonder gezag van gewijsde (vgl. Alg. Begins. XIV nos. 4 sub a en 7 sub d), door den eenen rechter anders wordt beantwoord dan door den ander.1) Dit té vermijden zou onmogelijk zijn; ook met de beslissingen van verschillende Rechtbanken onderling kan het telkens voorkomen; vgl. het hieromtrent opgemerkte door Bülow in ^rchiv für die civ. Praxis 83 (1894) p. 139.

De Red. van het W. B. A., die t. a. p. de vraag niet oppert of het ook wenschelijk is bij de administratieve rechtspraak in sommige gevallen haar stelsel in te voeren, geeft toe dat het lastig is aan te wijzen, voor welke geschilpunten schorsing zou zijn aan te bevelen, voor welke niet. Juist omdat die grens eigenlijk niet te trekken is, zou het volgen van 't advies der genoemde Redaktie m. i. ons allicht ongemerkt kunnen leiden tot het Fransche stelsel (vgl. Alg. Begins. XIV no. 19 i. f.), dat men bij ons algemeen — en me dunkt, terecht — niet wenscht toe te passen. — Iets anders is het, waar de wetgever enkel te rade

x) Ook na invoering van het thans voorgestelde art. 1958 B. W. blijft deze opmerking van kracht, lo. omdat dit artikel niet op alle praejudicieele beslissingen van den burgerlijken rechter ziet, doch enkel op die, in het artikel omschreven, en 2°. omdat dan nog niet dezelfde regeling geldt ook voor de beslissingen van den administratieven rechter.

Sluiten