Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel over de wettigheid der weigering eener drankvergunning is overgelaten aan de administratieve macht 1). — Uitsluitend met deze laatste overweging 2) zijn gemotiveerd de volgende arresten, vóór de herziening in 1904 der wet van 28 Juni 1881 Stbl. 97 gewezen, en zich beroepend op art. 11 dier wet 3): H. R. 23 Okt. 1882 W. 4827, R.spr. 132 § 2, v. d. Hon. Sr. 1882 p. 156, G. st. 1627, W. B. A. 1747, en H. R. 6 Febr. 1883 W. 4878 R.spr. 133 § 18, v. d. Hon. Sr. 1883 p. 38, W. B. A. 1768, de cassatie verwerpend tegen het in gelijken zin gewezen arrest Hof Amst. 25 Sept. 1882 W. 4854, R. B. 1883 C p. 52, W. B. A. 1758. In gelijken zin ook Rb. 'sGrav. 30 Nov. 1882 W. 4851, G. st. 1666, "W. B. A. 1761. — Mede in gelijken zin H. R. 10 Maart 1902 W. 7740, v. d. Hon. Sr 1902 p. 127, P. v. J. 139, welk laatste arrest echter afwijkend is gemotiveerd. Het overwoog dat de beslissing omtrent aanvragen van drankvergunning volgens de wet behoort bij B. en W., en in beroep bij Ged. Staten, met gevolg dat de administratieve beslissing, zoolang ze niet door de Kroon is vernietigd, door den rechter moet geëerbiedigd, — en dat de bewering, als zou de strafrechter zelfstandig over elke zaak hebben te oordeelen zonder gebonden te zijn aan onjuiste beslissingen van een ander gezag, ten deze voorbij zag dat de rechter in zijn zelfstandig oordeel is gebonden aan de wet, die zijn bevoegdheid regelt, en die hem verbiedt om te treden op het voor hem afgesloten gebied van een ander gezag. — Door zich dus niet enkel, als de vroegere arresten, te beroepen op de wetsbepaling, die administratieve rechtspraak over het geschilpunt in kwestie opdroeg aan Ged. St., doch

!) Dit is hier niet enkel de administratie als zoodanig, maar óók als administratief rechter. Vgl. ook het slot van dit no. 36, en de noot aldaar, alsmede de in den tekst geciteerde arresten van 1882 en 1883.

2, Deze heeft, als doelend op het in den tekst geciteerde art. 11, hier de in die bepaling geregelde administratieve rechtspraak op het oog.

3) Zie nu de wet in den tekst, bekend gemaakt bij K. B. 17 Okt. 1904 Stbl. 235, art. 16 ,jls. artt. 25 no. 9, 26 no. 6, 37, — artt. 30 j°. 40, waarbij vgl. art. 50, 1 sub 1°—2».

Sluiten