Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenzoo H. R. 23 Dec. 1907 W. 8634 p. 2 kol. 1—2, P. v. J. 714,

G. st. 2947 sub ÏO., W. B. A. 3060. Dit arrest overwoog eenerzijds dat, nu de daarbij ter sprake komende verordening de algemeene voorwaarden stelde, onder welke alléén de brandweerdienst werd verlangd, en van rechtswege ontslagen verklaarde hem, ten aanzien van wien die voorwaarden niet meer aanwezig waren, — de rechter moest onderzoeken de bewering van een beklaagde rechtens niet te behooren tot de ingedeelden, ingeval zij nl. gegrond werd op het niet bestaan der voorwaarden, door de verordening gesteld. In zóóver is het arrest een toepassing van den hiervóór in no. 27 sub a uitgedrukten regel. Aan den anderen kant echter overwoog hier de H. R. dat het niet zoo is, als de bedoelde bewering van beklaagde berust op die, dat B. en W. de verordening onjuist hebben uitgevoerd, — waar de verordening ën haar uitvoering èn daarbij zich voordoende beslissingen ingeval van reklames, opdroeg aan B. en W., dit in overeenstemming met art. 179a en b Gem.wet. Dan kan de strafrechter niet treden in een onderzoek, of B. en W. terecht beklaagde op de lijst van dienstplichtigen hadden geplaatst, [noch of zij, en in beroep de Gem.-Raad, terecht zijn reklame hiertegen hadden afgewezen]. *)

In gelijken zin als bovenstaande arresten van 1902 en 1907:

H. R. 3 Mei 1864 W. 2597, R.spr. 77 §2, v. d. Hon. G. Z. 21 p. 75, en H. R. 28 Febr. 1865 W. 2682, R.spr. 79 § 34, v. d. Hon. G. Z. 21 p. 312, R. B. 1866 p. 19, G. st. 711, W. B. A. 834 (zie deze arresten ook op Alg. Begins. XYI no. 29, dat van 1865 mede aldaar in no. 6 sub a).

Blijkens de conclusie van het O. M. vóór het arrest van 1865 had beklaagde toen ongebruikt gelaten zijn recht tot reklame bij B. en W. — Blijkens gelijke conclusies vóór de arresten van 1902 en 1907, was er in 1902 een voorafgaande afwijzende beschikking van B. en W. op de reklame van beklaagde, waarvan deze niet had geappelleerd bij den Gem.-Raad,—en insgelijks

!) Het hier in den tekst tusschen [ ] geplaatste kan slechts implicite in het arrest opgesloten worden geacht.

Sluiten