Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slot dezer laatste zinsnede doet denken aan de tegenwoordige jurisprudentie van den H. R. betreffende geschillen over de openbaarheid, waarop hierboven is gedoeld, in welken geest ook de in no. 98 sub a hierna vermelde arresten van 28 Dec. 1857 en 9 Febr. 1858 zijn gemotiveerd. Men zou echter kunnen vragen, of in dien gedachtengang het hier geciteerde arrest van 7 Okt. 1857 niet zou hebben verwezen naar het slot van het door den H. R. aangehaalde art. 153 Prov. wet. Hoe dit ook zij, in elk geval kan hetgeen in dit arrest voorafgaat doen meenen, dat de H. R. hier de openbaarheidskwestie wel als element eener overtreding, doch niet op zichzelf, ingevolge art. 2 R, O. onttrokken achtte aan de bindende beslissing van Ged. St.'). — Moet het arrest zóó opgevat, dan doet wèl de overweging betreffende geschillen van bestuur denken aan die van het in no. 27 vermelde arrest van 1885 op dit punt, maar wijst toch' de formuleering in dat van 7 Okt. 1857 er op dat de H. R. toen de leer was toegedaan van onbeperkte beoordeeling aller elementen van het delikt door den strafrechter. — Zie ook het vonnis in eersten aanleg in deze zaak van Ktg. Loenen 30 April 1857 W. 1912, R. B. 1858 p. 307: iudex actionis est iudex exceptionis, — welk vonnis werd vernietigd door Rb. Utrecht 29 Juni 1857 R. B. 1.1. p. 317, gecasseerd door het geciteerde arrest van den H. R., dat speciaal gispte de zonderlinge opvatting der Rechtbank, als kon een strafgeding zijn een geschil als bedoeld in art. 153 Prov. wet.

In deze zaak was het de vraag of de strafrechter gebonden was aan een voorafgaande beslissing van het administratief gezag2). Ygl. daaromtrent hierna no. 62.

1) Ten opzichte van de vraag, in hoever Ged. St. als rechters beslissend, ook hun eigen competentie zouden hebben vastgesteld, vgl. Alg. Begins, VI nos. 10—11 (p. 17—19) j°. no. 9 (p. 16—17).

2) Omdat de ontkennende beantwoording dier vraag voor het gegeven geval, door den H. R. is gemotiveerd als in den tekst is aangeduid, is het arrest hier opgenomen.

Lkon, Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1. 17*

(Mr. L. van Praag, Hecht. Org.)

Sluiten