Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prudentie, vermeld in de voorafgaande nos. 86—41, worde nog het volgende in het midden gebracht.

a. Indien een voor den strafrechter werkelijk praejudicieel geschilpunt als onderwerp van een afzonderlijk geding ter beslissing staat van het administratief gezag, is dit dan een reden om aan te nemen dat de strafrechter het niet mag onderzoeken? Meent men van ja, dat zal hij de strafzaak op gemelden grond kunnen schorsen tot na uitspraak van het administratief gezag (vgl. art. 152 i. f. Sv.), öf, velt hij vonnis zonder schorsing, zoo het geldt een in de dagvaarding ten laste gelegd bestanddeel van het strafbaar feit, nu hij deze omstandigheid dan niet mag onderzoeken, haar ook onbewezen moeten verklaren, en dus beklaagde vrijspreken. Laatstbedoelde consequentie is aanvaard door Rb. Arnhem 14 Juli 1854 W. 1598, in een geval, waarin het overigens op zijn minst twijfelachtig was, of het praejudicieele geschilpunt was voorbehouden aan het administratief gezag; vgl. no. 40 hiervóór, alwaar het vonnis mede is vermeld. Zie nog artt. 391 lid 1 j°. 395 Sv. — Met de strekking dezer artikelen schijnt echter, ook* waar het niet geldt een element van het delikt, maar een fait justificatif, — zoo de rechter meent dit punt niet te mogen onderzoeken, een veroordeeling niet wel overeen te brengen.x) Zoodoende zou intusschen, al kwam dan de wettelijke bepaling, die het geschilpunt opdraagt aan het administratief gezag, tot haar recht, — de wet of verordening, wier overtreding strafbaar is gesteld, vaak illusoir kunnen worden gemaakt, door eenvoudig zich niet tot het administratief gezag te wenden, maar een strafvervolging af te wachten, die toch allicht geen resultaat zou hebben, daar de strafrechter, ook bij schorsing, niet bevelen kan dat het geschilpunt bij het administratief gezag aanhangig wordt gemaakt. Reeds daarom zou ik meenen, dat men niet als grond voor de reserve van het arrest

Het geval dat er een voorafgaande beslissing is van den administratieven rechter, blijft hier buiten sprake, vgl. de noot op p. 249 jis. p. 195—196 Jiiervóór,

Sluiten