Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daartoe definitieve beslechting van het bestaande geschil, kan zonder gezag van gewijsde niet worden bereikt 2). Daarom mag m. i. aangenomen dat in de opdracht bij de wet van rechterlijke competentie voor geschillen over materieele rechtsbetrekkingen, stilzwijgend ligt opgesloten die tot beslissing met gezag van gewijsde. De wettelijke competentie-opdracht toch aan den rechter, is opdracht tot bindende vaststelling van hetgeen in concreto rechtens is voor partijen, en juist daarin dat de bij het vonnis gegeven vaststelling voor partijen geldt als recht, zoodat zij er niet tegen kunnen opkomen dan voorzoover de wet zelf dit toelaat, is het gezag van gewijsde gelegen. — Ygl. de opmerking over het gezag van gewijsde, als samengegroeid met de rechtspraak zelf, in Preussisches Verwaltungsblatt 18 (1896—1897) p. 419 kol. 2 2). — Eenigszins in gelijken

!) Zie in dien zin A. A. de P(into) in W. 7897 p. 3 kol. 3.

Een definitieve beslechting van het bestaande geschil kan zeer wel geschied zijn, enkel met het oog op de toen gegeven omstandigheden, die onderhevig zijn aan wijziging. Is dit de strekking der beslissing, dan is deze vanzelf gegeven «rebus sic stantibus», en is het niet in strijd met het gezag van gewijsde, als bij latere verandering der omstandigheden, ook de vroegere beslissing wordt herzien. Vgl. b.v. artt. 281 lid 2 en 380 B. W., en § 323 der Duitsche Z. P. O. Zie ook het naar aanleiding van art. 285 oud B. W. gewezen arrest Hof 's Grav. van 4 of 21 Febr. 1905 P. v. J. 458, en O. Mayer, Deutsches Verwalt. Recht I p. 209— 210. Zie mede Lacoste (geciteerd p. 283 hiervóór) nos. 82—84, p. 32—33. — Vgl. verder het tweede «wanneer» in art. 70 deiOngevallenwet 1901, ook toepasselijk na een rechterlijke uitspraak, met deze eigenaardigheid dat dan geen nieuw vonnis noodig is. — Het in deze noot bedoelde punt is vooral van gewicht, waar voor geschillen over strijdige belangen rechtspraak met gezag van gewijsde bestaat.

2) Daar dit blad in ons land niet licht verkrijgbaar is, laat ik het bedoelde citaat wegens zijn belangrijkheid hier volgen: «Rechtsprechung und Rechts«kraft sind dergestalt mit einander verwachsen, zura Mindesten historisch und «thatsiichlich von Alters her so verwachsen gewesen, dass einem Gesetzgeber, «der das Eine will und dazu gar besondere «Gerichte» einsetzt, auch ein «besonderes, mittelst «Endurtheils» abzuschliessendes, Verfahren mit voll aus«gebautem Rechtsmittelsystem ordnet, nicht nur imputirt werden darf, «sondern imputirt werden muss: er habe damit auch das Andere — die

19

Sluiten