Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p. 656—657. "Verder J. v. G. Vitringa; vgl. de noot op p. 287 hiervóór.

Tegen v. Savigny 1.1. vgl. vooral Bülow in Archiv für die civ. Praxis 62 (1879) p. 92—96, en 1.1. 83 (1894) nt. 65 en 66 op p. 61—68. — Zie mede Laband, Staatsrecht des deutschen Reiches 4e ed. 1901, III p. 351—354 en p. 357; v. Sarwey, Das öffentl. Recht... p. 733 v. b.; Wach in Zur Lehre der Rechtskraft, drei Rechtsgutachten (1899) p. 4 — 5; Gaupp, Die C. P. O. für das deutche Reich, 2e ed. (1890) I p. 594 sub II, en Motive zum Bürg. Ges. buch I (1886) ad § 191 Entwurf 11.1. p. 367 en 369.

Neemt men gezag van gewijsde ook zonder speciale wetsbepaling aan, en gaat men mee met hetgeen p. 279—280 hiervóór is gezegd, dat nl. de gebondenheid van den rechter aan een vroeger vonnis afhankelijk is van het gezag, dat dit vonnis heeft voor de bij hem procedeerende partijen, — dan schijnt, waar die gebondenheid ten opzichte van beslissingen in administratieve rechtspraak genomen, zonder speciaal wetsvoorschrift bestaat voor den administratieven rechter, hetzelfde ook te moeten gelden voor zijn burgerlijken collega.

49. cc. Het gezag van gewijsde der beslissingen van den administratieven rechter eenmaal aangenomen, blijft de vraag of dit gezag, evenals bij het burgerlijk vonnis,— zoo niet het tegendeel is bepaald, beperkt is tot partijen, dan wel zich verder uitstrekt. Hieromtrent uitvoerig Bernatzik, Rechtsprechung u. mat. Rechtskraft, p. 181—217, waarbij vgl. Lüstkandl in Grünhut's Zeitschrift 14 p. 757—765. — Aan Bernatziks uiteenzetting

stituendo W. v. N. R. 1950 p. 243 kol. 1 v. o., p. 244 kol. i v. o. ja. p. 246, betreffende vonnissen van den burgerlijken rechter). — De ter verdediging der aangehaalde uitspraken aan te voeren beschouwing, als zou het voorloopige der rente-toekenning meebrengen dat een uitspraak daarover dit voorloopig karakter intakt laat, en daarom niet belet dat de R. V. Bank, en dus ook de ongevallen-rechter, er op terugkomt, — schijnt, met het oog op andere beslissingen van den C. R., door dezen niet te worden gedeeld, en dus ook niet van invloed te zijn geweest op de liiervermelde jurisprudentie.

Sluiten